‘Modern reizen’ Berlijn en Londen revisited

En zo kwam het dat de twee vouwfietsjes weer de koffer in gingen voor een bezoek aan Berlijn en Londen, acht jaar na het eerste aan Berlijn en vier na dat aan Londen.

Eerst Berlijn: verdwenen zijn de dichte bosjes bouwkranen en rijen aanschuivende betonwagens van toen. De stad is zowat helemaal gerenoveerd en het is moeilijker het vroegere Oost-Duitse gedeelte nog te onderscheiden van het Westerse.

Hotel Pension Streuhof is, althans aan de binnenkant, nog tot in de details van ‘old school’ DDR-kwaliteit, bijna versleten maar met een sympathieke charme en – naar Berlijnse normen – redelijk geprijsd. Voor hetzelfde geld biedt Ibis Budget, midden tussen de winkels aan de Wittenbergplatz, een karakterloze standaardkamer aan.

Pension Streuhof Berlin self portrait

selfie in Pension Streuhof Berlin  (vergroot na de klik)

Fietsen is goed te doen, minder chaotisch dan in Parijs en zeker aangenamer dan Londen, maar daarover verderop meer. Duitse automobilisten zijn voorkomend en voorzichtig, er zijn redelijk wat fietspaden en voetgangers zitten er niks mee in wanneer de stoep als fietspad dienst doet. Er zijn ook overal fietsparkeerplaatsen geïnstalleerd. Een eerste testrit ‘s avonds laat naar een echt Italiaans restaurant leverde deze quote op: “Ich bin kein Italiener, sondern ein Neapolitaner” (baas van de BellUno).

Twee tips: volg strikt de verkeersregels of een luid getoeter is het resultaat en zet de routering van de fiets-GPS op ‘routeren voor afstand’ en niet op ‘routeren voor tijd’. Dat laatste is dan weer wél aangewezen voor compleet autovrije tochtjes, inclusief grote maar dikwijls mooie omwegen door parken en dreven.

Er is maar één stad ter wereld waar de GPS de weg wijst van de Kantstraße naar de Leibnizstraße om in de Goethestraße te eindigen. Hotel Bikini ligt in die buurt en is een bezoekje waard wegens de net niet te excentrieke maar hoogst originele inrichting van Berlijns topdesigner Werner Aisslinger. De bar op de tiende verdieping heeft een majestueus weids uitzicht over de Tiergarten dat als een groene vlek het centrum van de stad bepaalt met aan de zuidelijke kant een veelvoud aan ‘shopping malls’ gaande van het poepsjieke KaDeWe tot experimentele ‘concept stores’ en tijdelijke winkeltjes in houten containers. Een eindje verder heeft de Manufactum lekkere tomatensoep en kleine hapjes/gebakjes, ideaal voor op de middag.

Tip: hotel Bikini heeft overal supersnelle, gratis wifi zonder vervelend aanmelden.

Bikini hotel ingang naar Monkeybar 10de

Bikini hotel ingang 10de

Bikini hotel: meeting place

Bikini hotel: meeting place

Bikini hotel 10de verdieping

Bikini hotel 10de verdieping

 

 

 

 

 

 

Clärchens Ballhaus is een populair dansoord annex restaurant met nostalgische optredens. Eenmaal binnen krijgen bezoekers een op het randje decadente indruk: afbladderende verf, versleten spiegels waarin enkel kaarslicht weerkaatst en aftands meubilair. De keuken is nochtans prima en niet overdreven duur. Toch valt de hele zaak een beetje tegen toen we ‘s anderendaags een kijkje wilden nemen in de eigenlijke balzaal en norse, enigszins vettige, portiers ons wandelen stuurden wegens geen goesting om alweer inkom te betalen.
Tip: ga liever 50 meter verder iets eten in het Strandbad Mitte op het einde van de Kleine Hamburgstraße, schuin tegenover Clärchens.

Clärchens Ballhaus Spiegelsaal

Clärchens Ballhaus Spiegelsaal (vergroot na de klik)

Regen (en de gevolgen van enige zadelpijn) deden ons een dagticket voor het openbaar vervoer (7,20 €) aanschaffen. Dat werkte prima. De metrostellen rijden met een hoge frequentie, zijn ruim, kraaknet, intelligent bewegwijzerd en helemaal niet overbevolkt. Vergeet ook niet buslijn 100, de goedkoopste manier om alle toeristische hoogtepunten in één beweging te zien.

Een mistige dag is ideaal voor een kerkhofbezoek. Eén van de kerkhoven aan de Mehringdamm, vlak tegenover de militaristische architectuur van het ‘Finanzamt’, is de laatste rustplaats van Felix Mendelssohn-Bartoldy. Het is een piepklein kerkhof, net goed om nog een beetje muziek te horen opstijgen. Dit is de buurt van de Kreuzberg, een alternatieve wijk met vele originele bedrijfjes en winkeltjes. Aan de rand van het Viktoriapark aldaar ligt een stijlvol gerestaureerde Zwitserse villa waar ze overheerlijke gerechtjes serveren (Tomasa Villa). Aan de andere kant van het park misten we helaas een bezoek aan het Antiquariat Tode wegens pas open om 13 uur. De etalage alleen al maakte heel duidelijk  hoezeer de eigenaar begaan is met de vrede in de wereld. Zeker iets voor volgende keer.

graf Felix Mendelssohn-Bartoldy

graf Felix Mendelssohn-Bartoldy N52 29.710 E13 23.470

Even een omweg langs de Staatsoper, waar Daniel Barenboim de plak zwaait, om een ticketje voor de opera te bemachtigen maar helaas waren er enkel repetities aan de gang, zo vroeg in het seizoen. Al jaren liggen we op vinkenslag om een ticket te pakken te krijgen voor de Berliner Philharmoniker en ja hoor, dit keer was het maanden van tevoren gelukt. De Berliner heeft hoogst af en toe toegangsbewijzen te koop die niet gebonden zijn aan abonnementen en zo konden we erin. Ter info: voor een abonnement is het wachten geblazen totdat iemand passeert.

De ontvangst was op zijn minst onverwacht: elke tickethouder krijgt een welgemeende begroeting aan de ingang en toen we een programma kochten (3 €) merkte een vriendelijke onthaaldame op dat we een koopje deden omdat het boekje eigenlijk besprekingen van vier concerten bevatte. Mooi zo …

De akoestiek van de Philharmonie is quasi perfect en door de ingenieuze constructie (o.a. weerkaatsend marmer en een soort ‘haaienvinnen’ voor de wolken in het plafond) klinkt de Berliner als één coherent geheel, aangevuurd door een onvermoeibare Simon Rattle. Die schept als het ware de muziek op en projecteert het geluid recht naar het publiek. Een uitstekende maatstaf voor de kwaliteit van een concert is de subjectieve tijdbeleving ervan. Het leek wel of de twee symfonieën (eerst de vierde van Schumann en dan de vierde van Brahms) in een hoepestoep voorbij waren. Onbeschrijfelijk en met niets te vergelijken tenzij met de kwaliteit van de Duitse machinebouw. Leuk detail: Daniel Barenboim zat een beetje verder op dezelfde rij als wijzelf zijn iPhone na te kijken en op het eind van het concert een beetje zuinig te klappen.

Berliner Philharmoniker en Simon Rattle

de Berliner Philharmoniker en Sir Simon Rattle (vergroot na de klik)

Een fietstochtje ‘s anderendaags: Sybille’s café aan de Karl-Marx-Allee (vroeger Stalin-Allee) voor een straffe koffie en wat historische informatie, dan naar de Pfefferberg en Kulturbrauerei en vervolgens een duik in een reusachtige biomarkt aan de Senefelderplatz op zoek naar kennelijk onvindbare mu-thee, afgerond met een kort bezoek aan het Stilwerk, zowat de grootste verzameling designwinkels ter wereld. Vervolgens langs de Siegessäule om de marathon te bekijken en even te rusten en dan nog een bezoekje aan een nieuwe consumptietempel aan de Leipzigerplatz waar zelfs mensen strompelend op krukken rondsukkelen om toch maar iets te kopen.

Frankfurter Tor Karl Marxallee

Frankfurter Tor Karl-Marx-Allee

shop till you drop Leipziger Platz

shop till you drop

Siegessäule

Siegessäule

 

 

 

 

 

 

Een late hap in het Strandbad Mitte na nog een concert in de Philharmonie, ditmaal door de Junge Deutsche Philharmonie met een gastoptreden van Truls Mörk. Dat ‘jeugdorkest’ kon met gemak tippen aan heel wat orkesten hier in de omtrek, om het voorzichtig uit te drukken.

Eén eerder toevallige verrassing nog bij het terugfietsen: Dussman aan de Friedrichstraße deed me denken aan de Keulse Saturn in vroeger tijden. ‘Die größte Auswahl an Schallplatten in der Welt’ was hun slogan indertijd en dat was ook zo. Dussman heeft net als toen een ongeziene collectie klassieke (en andere) cd’s, boeken à volonté en is bijna dag en nacht open behalve op zondag. Een must-see in Berlin. Hopen maar dat boekenrekkenwinkels nog lang blijven bestaan nu e-readers in volle opmars zijn.

Op zondag terugreizen heeft het voordeel van minder verkeer (maar meer zondagsrijders) en maakt het makkelijk om eens lekker snel te rijden …

De week daarop snorden we ‘s morgens vroeg naar het Zuidstation. De fietsjes meenemen op de trein is geen probleem, ze passen gemakkelijk in het bagagerek aan de ingang van de wagon. Eurostar vraagt wel ze in een hoes te verpakken maar dat is sowieso al een goed idee. Ter info: na het inchecken doorlopen reizigers tegenwoordig dezelfde veiligheidsprocedures als bij een vliegtuigreis. Stresserend en denigrerend, dat wel.

Er zijn toch mensen die niet doorhebben dat een zekere etiquette, ook bij goedkoop treinreizen, op haar plaats is. Zo flankeerden ons twee luidkeels, in een sappig West-Vlaams accent, kwebbelende dames en kwamen we, volle twee uur aan een stuk door, ongewild alles te weten over o.a. hun kwaaltjes, familieperikelen en eetgewoonten. Tot overmaat van ramp begonnen twee reizigers vlak achter ons hoorbaar te snurken. Het is altijd wat.

Londens nieuwe skyline anno 2014

Londens nieuwe skyline anno 2014

Ondanks het geblaas van Boris Johnson, de excentrieke Londense burgemeester, dat fietsen hét vervoermiddel bij uitstek is in zijn stad, zijn er nauwelijks fietspaden te vinden en is fietsen een levensgevaarlijke bedoening. Dat komt ervan wanneer (zo goed als) enkel professionele chauffeurs mogen rijden in het centrum. Het nettoresultaat is dat  taxi’s, bestelwagens en gechauffeerde privé-auto’s met elkaar wedijveren om elke vierkante centimeter asfalt. Alleen de knalrode dubbeldekbussen rijden in een min of meer grote boog rond de eenzame fietster heen. En zelfs daar krijgt de moedige cyclist duidelijke waarschuwingen. Eén lichtpunt: de Londenaars zijn gewend aan vouwfietsjes want de beste maken ze namelijk zelf en zo komt het dat niemand vreemd opkijkt wanneer je je fiets gewoon meepakt in een winkel of restaurant of ze laat opbergen in een vestiaire.

Tip: ga niet fietsen in Londen tenzij u een getraind wielrenner bent en dan nog.

Bankside zicht over de Thames

Bankside zicht over de Thames

Blackfriars brug 50 m fietspad

Blackfriars brug 50 m  fietspad

waarschuwing voor fietsers achteraan op bus

waarschuwing voor fietsers

 

 

 

 

 

 

De laatste keer dat we iets substantieel zagen van Kasimir Malevich was bijna 20 jaar geleden in het Ludwig in Keulen. Tate Modern haalde haar mosterd uit een samenwerking met het Stedelijk Amsterdam. Centraal staat het iconische zwarte vierkant, precies een gat waarin de hele schilderkunst verdwijnt, en de schok die het schilderij 100 jaar geleden veroorzaakte, is nog niet weggeëbd zelfs voor hedendaagse kunstliefhebbers die toch wat gewoon zijn. De opstelling in Tate met vlak erlangs de reconstructie van ‘De Laatste Tentoonstelling van Futuristische Schilderkunst 0.10’ (nul-tien Petrograd 1915-16) met de originele kunstwerken van toen, is bij momenten fascinerend. Hogelijk interessant – en nieuw voor mij – is het gedeelte over Malevich als leraar, schrijver en architect in Leningrad en Vitebsk. [Het gaat hem daar niet echt goed, zijn hand geraakt verlamd en hij komt bijna om van de honger]. Zijn didactische modellen zijn ronduit fantastisch en tonen interacties tussen vorm, kleur, textuur (Faktura), materiaal en techniek en zelfs de omzetting van kleur vanuit beweging en geluid [Umwandlung der Farbe von dem Laute].

Tip: om de schilderijen van Malevich goed te zien, moet je er een beetje vanaf gaan staan, bijvoorbeeld Lady at the Advertising Column:

Malevich Lady at the Advertising Column 1914

Lady at the Advertising Column 1914

Een kort bezoek aan Foyles stelde ons weer enigszins gerust. Papieren boeken overleven voorlopig, weliswaar in gereduceerde boekhandels en Foyles is daar geen uitzondering op. In de jaren 70 was het een labyrint met ontelbare hoekjes en kantjes vol boeken, nu is het eerder een ruim verlichte ‘showroom’ met bestsellers.

boekhandel Foyles anno 2014

boekhandel Foyles anno 2014

‘Modern reizen’ en fotografie in Parijs, Antwerpen en Amsterdam

Ondertussen is mijn schoenendoos met schrijfsels en knipsels over Parijs al goed gevuld. Tijd voor een selectie ‘Modern reizen’ en fotografie in Parijs, uitgebreid met Antwerpen en Amsterdam.

Het gebruiksgemak van het Thalys online ticketsysteem verbetert er niet op maar het blijft mogelijk om voor 58 € per persoon op-en-af te sporen. ‘s Donderdags reizen werkt blijkbaar het best en is gelijk voor veel musea de rustigste dag. Voor de rest kwam een gratis kaartje van Parijs van pas.

Het Centre Pompidou was goed voor Henri Cartier-Bresson, icoon van de fotografie en aanstoker van Magnum, het fotografenbureau waar elk rechtgeaard fotograaf alleen maar bewondering voor kan hebben. Hoogstens vijf minuten aanschuiven en net niet te veel volk maakt een bezoek aan de omvangrijke tentoonstelling (500+ foto’s) wat draaglijker. Invloeden van in het begin van de fotografie, perfecte composities, dan een surrealistische periode vervolgens politiek geëngageerd [revolutionair en Communist], WO II krijgsgevangene – ontsnapt na 3 jaar – om via fotoreportages [en films] over de hele wereld in een soort cyclus terug te komen tot beschouwende, occasionele beelden en zelfs potloodtekeningen.

De tentoonstelling is gedetailleerd maar tegelijk voldoende overzichtelijk en bevat zowat alle ‘must-see’ beelden. Het valt telkens weer op hoe – zonder dat veel fotografen het geeneens zelf wisten – de onderwerpen en manier van fotograferen veranderden onder invloed van de tijdsgeest. Kijk zelf, eentje van HCB naast eentje van ‘yours truly’ uit 1972:


Iets wat ik nog niet direct ontdekt had: het Pompidou heeft een ruime, vrij toegankelijke bibliotheek. ‘Vrij’ als in ‘gratis’ en dat maakt dat op een normale dag het al gauw meer dan een uur aanschuiven is om binnen te geraken. Niet getreurd: 60-plussers lopen zo door naar de boeken via de uitgang op de mezzanine achteraan in de grote inkomhal van het CP.

Een beetje verder – in la maison européenne de la photographie – heeft Martin Parr iets aangericht met Parijs zelf. Ogenschijnlijk kost het niet veel moeite om boeiende onderwerpen te fotograferen in zo een grote stad. Toch stak Parr er twee jaar werk in en het resultaat is er naar.

Parr is een sarcast maar op een uiterst intelligente manier. Elke foto genereert een kleine, vrolijke aha-erlebnis. Het voorbeeld hieronder zegt alles.

Paris plage Martin Parr 2012

Paris plage Martin Parr 2012

De hoogst originele catalogus dient tegelijk als luxe metroplan, hij is een stuk goedkoper bij Amazon, net als de HCB catalogus.

Even later in het FoMu, Antwerpen was het meteen raak: Adam Broomberg en Oliver Chanarin zijn twee kleppers die nauwelijks nog foto’s maken maar ze gebruiken in een concept. Hun blasfemische ‘Holy Bible’ is een meesterstuk. Op het eerste gezicht is het verschietachtig een bijbel op tafel te zien liggen, maar eenmaal opengeslagen is de combinatie van rood onderstreepte tekst en beelden uit ‘The Archive of Modern Conflict‘ genoeg om een soort klik te veroorzaken om het (ingewikkeld) verband te begrijpen – zo ongeveer toch.

Een ander werk bestaat uit een rol fotopapier, uitgerold, vervolgens 20 seconden lang belicht en terug in de doos gestoken in een woestijn in Irak waar het duo als ‘embedded journalists’ werkte.

Of de geschiedenis van de fotografietechniek om iets als racisme aan te duiden. Statements te over.


Het nieuwe Stedelijk in Amsterdam lijkt op de onderkant van een gigantische rondvaartboot. Het heeft een fraaie collectie representatieve stukken uit de moderne kunst, goed gedocumenteerd en met niet te veel van het goede. Voorts presenteert het museum een verdienstelijke afdeling design. Definitief voordeel: fotograferen is toegelaten alhoewel er soms mensen zijn die onbeheerst tientallen foto’s nemen, meestal met hun mobiel en daarbij vergeten het geluid af te zetten. Het was alweer een donderdag met weinig volk ondanks onheilspellende berichten over lang aanschuiven. Misschien had het stralende weer er iets mee te maken want iedereen had postgevat op het immense Museumplein.

Van Jeff Wall zijn monumentale reclamebakken had ik ‘The Invisible Man’ al gezien. Toen hing het werk in een kleinere en donkerdere ruimte en dat leek meer indrukwekkend. De andere werken in het Stedelijk waren zoniet nog vreemder door de levensgrote afdrukken, op speciale film en fotopapier (dia, LightJet en zw/w gelatine zilverdruk) – heel realistisch en haarscherp tot in de hoeken. Sommige zijn tot in de details geënsceneerd, andere zijn dan weer helemaal toevallig ontstaan.

Later meer over het Stedelijk, er was daar van alles te doen …

‘Modern reizen’ Parma en Parijs

kaas van 33 maanden oud

Parmakaas > 33 maanden oud

Cultuur- en budgetreizigers, plantrekkers en individualisten, techneuten en cyberfreaks kunnen tegenwoordig op een heel andere manier reizen dan pakweg dertig jaar geleden. Het internet is alom tegenwoordig, vliegtuig- en treintickets zijn voor iedereen betaalbaar en zowat alle Europese steden zijn zonder hindernissen met elkaar verbonden met brede en goed onderhouden autostrades of hoge snelheidstreinen. Een combinatie van al die infrastructuur en eigen hi-techmateriaal (zie onderaan bij ‘benodigdheden’) maken een nieuwe manier van reizen mogelijk. Twee voorbeelden: Parma (hesp, kaas en opera) en Parijs (musea, fotografie, bibliotheken en kerkhoven).

De laatste keer dat we in Italië waren, was het voor een ballonvaart over de ‘creti’ in Toscane om de vijftigste verjaardag te vieren van mijn SA (Significante Andere). De Italianen waren toen nog hun gewone zelve: luidruchtig, arrogant en altijd bereid om te sjoemelen om maar te zwijgen van hun moorddadig rijgedrag. Nu ja, een zeker dedain voor de rest van de wereld mag wel, tenslotte hebben ze de Renaissance en de pasta uitgevonden.

Toch lijkt het erop dat de financiële crisis zowat de helft van de bevolking anders heeft doen denken. Vriendelijke obers, behulpzame museumsuppoosten, automobilisten die voorrang geven aan fietsers wisselen elkaar nu af met norse verkopers, een kaartjesknipper die prompt vijf euro ‘boete’ in zijn zak steekt en frenetieke meth-heads die met verschrikkelijk luide ‘muziek’ rustig zitten op een pleintje onmogelijk maken. Het is altijd wat.

Parma ligt op 11 uur rijden van hier volgens de GPS maar het duurde tot halverwege de terugreis eer het ons daagde dat de berekende route helemaal fout was. Tip voor routeplanning: gebruik een routeprogramma op een PC en noteer de route op een blad papier! Google Earth of Maps (OSX) stellen verschillende routes voor terwijl een GPS in de auto er maar één kent en volgt. Nu in zowat elke auto de GPS (en niet de SA) het voor het zeggen heeft, volgt een horde toeristen dezelfde weg. Naar Noord-Italië rijden is het mooist en snelst via Metz, Nancy, Basel, Luzern en Milaan en niet via Saarbrücken of Straatsburg zoals elke GPS aanwijst.

toegang parking Parma

toegang parking Parma

Parma is een overzichtelijk stadje doormidden gesneden door een rivier met langs de rechteroever het station, de opera, markt en winkelstraten, scholen en musea. Aan de andere kant een mooi open park, plaatselijke winkels en verderop buitenwijken en het kerkhof.

Romeo e Jullietta is een door Ibis gerund automatisch hotel. Tip: boek rechtstreeks bij de receptie via telefoon of e-mail want hotels tellen steevast hun commissie voor booking.com erbij. Parma heeft betaalbare restaurants op overschot: de Trattoria del Tribunale en de Gallo d’Oro scoorden het hoogst. De beste restaurants zitten als naar gewoonte verstopt in de zijstraatjes van de voornaamste toeristische ader. Een GPS maakt het zoeken in de soms goed verborgen steegjes een pak gemakkelijker.

parmaoperabinnen

Parma opera

De opera van Parma is een heerlijk klassieke bonbondoos en draait even klassieke uitvoeringen naar buiten. Het is makkelijk nog een plaatsje te vinden op de avond van de vertoning. Het publiek is veeleisend en meer dan één doekje voor een deftige uitvoering zit er niet in. Doe wel uw schoon kostuum aan.

De Pontormo en Rosso Fiorentino tentoonstelling in Firenze is de verplaatsing vanuit Parma waard. Het Palazzo Strozzi bouwde een overzichtelijke, niet te grote collectie met adembenemend werk van de twee maniëristen op. Niet in woorden te beschrijven, ook niet via de audio-guide die eigenlijk niet veel meer vertelt dan wat er op de bordjes naast de werken staat. Een paar highlights: ‘The Marriage of the Virgin’ (Rosso, 1523) met een piepjonge Jozef, muzikanten, afgewezen minnaars en geheimzinnige, naakte figuren en ‘The Death of Cleopatra’ (Rosso, 1525-27). En dan is er nog het meer dan twee meter hoge ‘Visitation’ van Pontormo (1528-9), het pronkstuk van de tentoonstelling. Zelf nam ik mijn virtuele hoed af bij twee eerste drukken van Vasari’s ‘Vite’, mooi opengeslagen op de levensbeschrijvingen van de twee kunstenaars met een opvallend zorgelijk kijkende Pontormo. Tapijten en schetsen maken de zaak volledig. Tip: koop de catalogus online, dat is goedkoper en bespaart Schlepperei.

Firenze zelf is te mijden, zelfs in het laagseizoen is het een overdrukke stad, oude-stijl Italiaans en bijwijlen gevaarlijk op de smalle trottoirs.

Een laatste ontbijt in Feltrinelli’s boekhandel (Strada Farini) en een kort maar zeer ontspannend bezoek aan de Orto Botanico om de hoek van de Romeo e Jullietta, maakte ons bezoekje helemaal af.

Benodigdheden (niet in volgorde):
– auto, vliegtuig of trein
– vouwfietsje voor ultrasnelle verplaatsing
– GPS voor voetgangers/fietsers
– een fietsvriendelijke stad
– internettoegang ter plekke

Volgende keer: Paris, Antwerpen en Amsterdam met blogs over diverse fotografietentoonstellingen (Henri Cartier-Bresson, Martin Parr, Broomberg & Chanarin, Jeff Wall)

Monumentendag: de atelierflat van Jozef Peeters met link naar schoonmoeder

Gisteren trok ik eens naar Antwerpen waar stilaan een paranoïed sfeertje begint te hangen na recente ‘beperkende maatregelen’ tegen cannabisgebruikers door een burgemeester die zijn bekendheid voornamelijk te danken heeft aan een bijzonder populair spelprogramma en een spectaculaire vermageringskuur.

In het vierkamerappartement van Jozef Peeters leefden 4 mensen: hijzelf en zijn – later erg zieke – vrouw en hun twee kinderen. Het hele appartement is een constructivistisch kunstwerk waarbij de muren, meubelen en huisgerief heel precieze en aangepaste vormen en kleuren hebben. Aan de muren hangt eigen werk en dat van anderen (Seuphor, Delahaut). Ze versterken nog eens de abstracte ambiance. Een uitstekende uitleg en artikel met meer details over hoe de atelierflat van Jozef Peeters zelf te bezoeken, is te vinden bij het KMSKA (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen).

Een leuke anecdote achteraf: toen mijn significante andere, die op hetzelfde moment haar bijna 100-jarige moeder bezocht, van Jozef Peeters vertelde, riep die uit: “Ah, de Jos Peeters, da’s familie van mij”. Ze herinnert zich nog een kunstenaar en het hoekappartement. Merkwaardig toch dat Jozef Peeters een neef van de moeder van mijn schoonmoeder was.

Downloadbare beelden (hoge resolutie):

Manifesta 9: neem eens een diepe duik …

Manifesta 9 is ongetwijfeld een aangename verrassing voor elke kunstvriend(in). De argwaan zat er na dOCUMENTA (13) nochtans goed in en het Genkse ‘steenkoolthema’ klonk niet erg overtuigend. Toch kon de tevredenheid niet op en is Manifesta 9 stellig een bezoek waard – en zeker niet alleen omdat het zo dichtbij is.

De tooghangers aan het Mijnmuseum hebben het over Rocco die nog langsgekomen is en van wie ze nog ‘kletsen’ hebben gekregen. Maar dit geheel terzijde. Het evenement heeft weinig met de koolput te maken maar alles

met een creatief veld van esthetische, zintuiglijke en intellectuele reacties op het constant veranderen van het leven … [citaat van de curator].

Een paar persoonlijke ‘highlights’: het ‘retrogardistisch’ schilderij van IRWIN (34), de etherische kleuren van Ana Torfs (18), de foto’s van Paolo Woods (14) en Igor Grubić, de film ‘The radiant path’ (1940) van Grigori Alexandrov en – absoluut hoogtepunt! – de klassieke en volledig apart ingerichte tentoonstellingsruimte die leest als een beknopte geschiedenis van de Westerse (schilder)kunst. Het was bijzonder prettig daar de foto’s van Bernd en Hilla Becher terug te zien. Kennelijk hebben ze in 1988 de mijn van Winterslag gefotografeerd.

Weinig tips deze keer: trek zeker een ganse dag uit om Manifesta 9 helemaal te bekijken, de catalogus is net iets te duur maar het gratis krantje heeft een uitstekend overzicht van de hele tentoonstelling, fotograferen is overal toegelaten behalve in de aparte tentoonstelling. Het mijngebouw van Waterschei is bereikbaar via afrit 32 op de E314/A2. Er is gratis parkeerplaats.

U wou nog even naar dOCUMENTA 13 in Kassel?

‘t Was Jan Hoet die in 1992 veel Belgisch volk de weg wees naar het 5-jaarlijks kunstspektakel in Kassel (Duitsland). Hoet trok de hele zaak letterlijk open met kunst in het stadspark en in andere locaties dan het Fridericianum en de Neue Galerie. We kwamen hem toen tegen, grommelend op zijn Duitse waakhond-boekhouder. Ook was er iemand die ‘Jan, nimm deinen Hut!’ (Jan, bol het af!) op de gevel van het Fridericianum geverfd had. Achteraf bleek dat DOCUMENTA IX alle records had gebroken. In 2009 kreeg Hoet een Bundesverdienstkreuz I. Klasse …

Twintig jaar later zet dOCUMENTA alweer de standaard voor hedendaagse kunst en trekken citytrippers en nieuwsgierige kunstliefhebbers naar Kassel. Het is telkens de curator-van-dienst die de toon zet en waar Hoet vol optimisme de hele wereld afreisde om al dat moois aan zoveel mogelijk mensen te laten zien, pakt Carolyn Christov-Bakargiev het enigszins anders aan: veel engagement tegen armoede, een pleidooi voor vrede, vrouwenrechten en een propere natuur en meer en duidelijker onderzoek naar wat de nazi’s uitspookten. Langs de ene kant opent dat perspectieven op inzicht en overdenking maar anderzijds is de verbeelding (en soms zelfs schoonheid) af en toe verdwenen.

Tips:

  • Gustav Metzger’s werk in de documenta-Halle zit onder talloze gordijntjes. Hef ze met zijn tweeën op om het overzicht te bewaren.
  • In de Orangerie – eenmaal binnen, aan de rechterkant – moet je niet aanschuiven voor een kastje voor rugzak of grote handtas.
  • Een paar 100 meter wandelen langs de Fulda – vertrekkend rechts achter de Orangerie – staat, onderaan een voetgangersbrug, een authentieke Italiaanse espressobar. Bovendien is het eten daar een stuk goedkoper en lekkerder (open vanaf 17 uur).
  • Ga te voet in 5 minuten van het station langs de trappen naar beneden, de gratis bus doet er meer dan 20 minuten over.
  • Neem een fiets mee of huur er een voor het bezoek aan de Karlsaue.
  • Fotograferen zonder flits of statief is overal toegelaten (hoera!).
  • Reserveer een hotel in één van de dorpen rond Kassel (Kaufungen bijvoorbeeld). Tel op drie dagen om alles te zien.
  • Kassel is 4 uur rijden met de auto over de Autobahn: E314 – A2 – A52 – A44. Parking is 3 € per dag achter het Hauptbahnhof.

Niet te missen: het Hauptbahnhof en vooral het kleine gebouwtje achter het station (Nordflügel, 55) zijn absoluut een bezoek waard. Ook een must is de film van Clemens von Wedemeyer (184). Op de Karlsaue is Shinro Ohtake (127) en de ‘sound sculpture’ van Janet Cardiff & George Bures Miller (37) zeer de moeite, maar laat u door die laatste niet al te zeer meeslepen.

En hier een kleine, persoonlijke selectie (de cijfers zijn die van het groene overzichtsfoldertje):

TRACK niet helemaal op het spoor …

Met veel poeha kondigt Gent een – over de hele stad verspreide – kunstmanifestatie aan: TRACK. Fluks de gloednieuwe vouwfietsjes in de koffer gestoken en gezwind naar Gent en wel naar het SMAK (Citadelpark) dat voor de gelegenheid TRACK heet, kwestie het belang van de hele onderneming duidelijk te maken.

TRACK begint onder een ongelukkig gesternte. Het pronkstuk van de tentoonstelling – een fantastisch geconstrueerde heliumballon – heeft het begeven, een locatie is wegens onveilig gesloten, een andere is verplaatst en overal kwamen we ronddwalende kunstmensen tegen, wanhopig zoekend naar al dat verborgen moois. Vriendelijke gelegenheidssuppoosten proberen de ongemakken met de moed der wanhoop op te vangen.

Ik weet niet wat dat is met Gent maar bij een vorig bezoek geraakte onze toenmalige Duitse kwaliteitsauto [M] kapot, overreed een junk voor onze ogen een bejaarde dame en kregen we hopeloos ruzie over ik-weet-niet-wat. Dit keer was het het evenement zelf en het verschrikkelijke verkeer dat ons op de vlucht dreef. Derde keer, goede keer? Het beste moet nog komen.

Tips: druk eerst op de gele knop van de parkeerautomaat, neem een gps mee op de fiets, de TRACK-app werkt enkel met een duur data-abonnement, ga eerst naar de evenementen binnen of koop enkel de programmabrochure (7 €) en bezoek alleen de gratis toegankelijke locaties, draag opvallend gekleurde kleren of een zwaailicht.

Kubrick: verplicht voer voor fotografen.

Het Kijk- en Luistergeld – vroeger een soort forfaitaire belasting op het televisiekijken en radioluisteren – mag dan wel al jaren afgeschaft zijn, toch gaat een flink deel van onze centen naar bijvoorbeeld de VRT (Vlaamse Radio en Televisie) en vele culturele evenementen. Om toch maar iets te recupereren van al dat geld, ga ik trouw naar de bibliotheek, concerten en tentoonstellingen, met recht en reden (nog altijd) ruim gesubsidieerd.

Klara – de bijwijlen zemelachtige klassieke muziekzender van de VRT – was zo vriendelijk twee inkomkaarten annex recht op een gratis catalogus te bezorgen voor Stanley Kubricks fototentoonstelling in Brussel: 9 € tot 1/7/2012, dinsdag tot zondag van 10 tot 17 uur, KMSK Regentschapsstraat 3 – niet de Bozar dus!

De kunsthistorica die het – overigens mager opgekomen – publiek rondleidde, kende haar zaak op-en-top en op een uiterst intelligente en enthousiaste manier citeerde ze voortdurend referenties naar andere fotografen en naar de Amerikaanse samenleving die Kubrick beïnvloedden tijdens de periode dat hij aan de kost kwam als fotograaf in New York (1945-1950). Ook Kubricks evolutie van fotografie naar film en het verband met zijn films, kregen een duidelijke en heldere commentaar. Voor één keer loont het de moeite om aan te sluiten bij een rondleiding.

Een dagje in Parijs: Miniatures flamandes 1404-1482 in de Bibliothèque nationale de France

Een goedkoop ticket voor de TGV naar Parijs op de kop tikken, is geen sinecure maar na enig doorzetten en gejongleer, spuwde het afschrikwekkend rigide systeem van Thalys.com vier QR-codes uit, goed voor twee personen heen-en-terug voor welgeteld 58 € en zo kwam het dat we om 9 ‘s morgens van Paris Nord richting stadscentrum kuierden. Parijs was al lang wakker ( … Les journaux sont imprimés. Les ouvriers sont déprimés …- Jacques Dutronc 1968). Een paar boekhandels onderweg, Starbucks aan het Centre Pompidou en een wandelingetje over de Seinebruggen, meer moest dat niet zijn.

De Bibliothèque nationale de France (BnF) deed van bij haar oprichting heel wat stof opwaaien. Het gebouw zou ongeschikt zijn om boeken te bewaren, het was te megalomaan – het heeft bijvoorbeeld haar eigen metrostation – en niemand zou het bezoeken. Nu is het een cultuurtempel die net als het Louvre, Centre Pompidou et. al. een bezoek dubbel en dik verdient.

Niet alleen boekenliefhebbers maar ook iet of wat kunstzinnig ingestelde stripadepten, geschiedenisleraars – als die nog bestaan -, illustrators, kalligrafen, middeleeuwse rollenspelers of simpelweg mensen die iets heel speciaal willen zien, haasten zich naar de Bnf – François Mitterand. Laat u verleiden door Filips de Goede, Margareta van York en Karel de Zwijger met hun schitterend gekleurde manuscripten: koningen en koninginnen, liederlijke taferelen, bruut geweld, hemel en hel, het is er allemaal.

Praktische informatie mag volstaan. De afbeeldingen spreken geheel voor zichzelf. Miniatures flamandes, nog tot 10 juni 2012 in de Bibliothèque nationale de France – François Mitterand, tevens de naam van het metrostation op lijn 14 richting Olympiades. Dinsdag tot en met zaterdag van 10 tot 19 uur, zondag van 13 tot 19 uur, inkom 7 €, catalogus 49 € en een gratis app voor iPad of iPod. Ten overvloede misschien: de tentoonstelling is het vervolg op die van verleden jaar in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel.

Kunst met rommel? Opruimen!

Als facebook voor iets goed is, is het zeker de ongeneerde inkijk in andermans interesses die een mens dikwijls op een tot nog toe onbekend spoor zet. Soms zijn dat onontdekte sites of fascinerende foto’s maar dikwijls is het een idee dat om meer onderzoek vraagt.

Zo zette een foto van een kennis van heel, heel vroeger me aan het denken. Het gaat om rommeltjes die her en der in het landschap verspreid liggen, meestal achteloos weggeworpen leeggoed dat – wanneer iemand het bijeenbrengt en tentoonstelt – een heel andere betekenis krijgt. Op mij heeft het een effect van: ziehier allerhande troep en gooi er nu niks meer bij. Een oproep om het landschap schoon te houden? Een aanloop naar ‘grote kunst’? Kunst met rommel als Spielerei? In ieder geval een foto met wat commentaar waard.

En nu ik eraan denk, waarom zouden huisvuilophaaldiensten er geen werk van maken om dergelijke pretentieloze werkjes te sponsoren? Moet kunnen.

trash art at PHL Hasselt

trash art at PHL Hasselt