tweede dag Jebel Saghro

Vanaf ons bivak stijgen we langzaam naar een hoge pas van 2100 m, de Tizi Nesfdre, Berbernaam voor `bijna eten`. Vanaf de pas hebben we grandioos uitzicht over de Hoge Atlas waarvan we zelfs de hoogste top, de Toubkal (4167 m), in de verte kunnen zien. Nadat de zak met nootjes voor wat extra energie heeft gezorgd, dalen we af naar een kleine oase in een kloofje waar de oleanders weelderig groeien. Nu snappen we de naam van de pas: een idyllisch plekje met water, ideaal voor een stop om te eten. Wij lopen echter nog even door; de kloof weer uit en komen op een hoger plateau. Onderweg treffen we nomadenvrouwen aan en kinderen die kleedjes en (zelfgemaakte) sieraden laten zien, die ze zo graag aan die enkele toerist zouden willen verkopen. Voor hen vaak de enige bron van inkomsten. Het dorpje Tagmout (1750 m), laten we rechts liggen. We stoppen voor de lunch, bij de waterput en genieten van de schaduw van de amandelbomen. We buigen af naar het oosten en klimmen naar de Tizi-n-Tagmout (1790 m). Na de pas komen we in een brede vallei tussen hoge bergkammen. Het landschap wordt grilliger, steiler, ruwer en dramatischer. Na nog een dik uur afdalen maken we kamp voor (Assaka-n-Aït) op 1640 m, nabij een riviertje waar we ons lekker kunnen opfrissen. [tekst Anders Reizen]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.