• slide-1
  • slide-2
  • slide-3
  • slide-4
  • slide-5
  • slide-6
  • slide-7
  • slide-8
  • slide-9
  • slide-10
  • slide-11
  • slide-12
  • slide-13
  • slide-14
  • slide-15

Berlin

‘Modern reizen’ Berlijn en Londen revisited

En zo kwam het dat de twee vouwfietsjes weer de koffer in gingen voor een bezoek aan Berlijn en Londen, acht jaar na het eerste aan Berlijn en vier na dat aan Londen.

Eerst Berlijn: verdwenen zijn de dichte bosjes bouwkranen en rijen aanschuivende betonwagens van toen. De stad is zowat helemaal gerenoveerd en het is moeilijker het vroegere Oost-Duitse gedeelte nog te onderscheiden van het Westerse.

Hotel Pension Streuhof is, althans aan de binnenkant, nog tot in de details van ‘old school’ DDR-kwaliteit, bijna versleten maar met een sympathieke charme en – naar Berlijnse normen – redelijk geprijsd. Voor hetzelfde geld biedt Ibis Budget, midden tussen de winkels aan de Wittenbergplatz, een karakterloze standaardkamer aan.

Pension Streuhof Berlin self portrait

selfie in Pension Streuhof Berlin  (vergroot na de klik)

Fietsen is goed te doen, minder chaotisch dan in Parijs en zeker aangenamer dan Londen, maar daarover verderop meer. Duitse automobilisten zijn voorkomend en voorzichtig, er zijn redelijk wat fietspaden en voetgangers zitten er niks mee in wanneer de stoep als fietspad dienst doet. Er zijn ook overal fietsparkeerplaatsen geïnstalleerd. Een eerste testrit ‘s avonds laat naar een echt Italiaans restaurant leverde deze quote op: “Ich bin kein Italiener, sondern ein Neapolitaner” (baas van de BellUno).

Twee tips: volg strikt de verkeersregels of een luid getoeter is het resultaat en zet de routering van de fiets-GPS op ‘routeren voor afstand’ en niet op ‘routeren voor tijd’. Dat laatste is dan weer wél aangewezen voor compleet autovrije tochtjes, inclusief grote maar dikwijls mooie omwegen door parken en dreven.

Er is maar één stad ter wereld waar de GPS de weg wijst van de Kantstraße naar de Leibnizstraße om in de Goethestraße te eindigen. Hotel Bikini ligt in die buurt en is een bezoekje waard wegens de net niet te excentrieke maar hoogst originele inrichting van Berlijns topdesigner Werner Aisslinger. De bar op de tiende verdieping heeft een majestueus weids uitzicht over de Tiergarten dat als een groene vlek het centrum van de stad bepaalt met aan de zuidelijke kant een veelvoud aan ‘shopping malls’ gaande van het poepsjieke KaDeWe tot experimentele ‘concept stores’ en tijdelijke winkeltjes in houten containers. Een eindje verder heeft de Manufactum lekkere tomatensoep en kleine hapjes/gebakjes, ideaal voor op de middag.

Tip: hotel Bikini heeft overal supersnelle, gratis wifi zonder vervelend aanmelden.

Bikini hotel ingang naar Monkeybar 10de

Bikini hotel ingang 10de

Bikini hotel: meeting place

Bikini hotel: meeting place

Bikini hotel 10de verdieping

Bikini hotel 10de verdieping

 

 

 

 

 

 

Clärchens Ballhaus is een populair dansoord annex restaurant met nostalgische optredens. Eenmaal binnen krijgen bezoekers een op het randje decadente indruk: afbladderende verf, versleten spiegels waarin enkel kaarslicht weerkaatst en aftands meubilair. De keuken is nochtans prima en niet overdreven duur. Toch valt de hele zaak een beetje tegen toen we ‘s anderendaags een kijkje wilden nemen in de eigenlijke balzaal en norse, enigszins vettige, portiers ons wandelen stuurden wegens geen goesting om alweer inkom te betalen.
Tip: ga liever 50 meter verder iets eten in het Strandbad Mitte op het einde van de Kleine Hamburgstraße, schuin tegenover Clärchens.

Clärchens Ballhaus Spiegelsaal

Clärchens Ballhaus Spiegelsaal (vergroot na de klik)

Regen (en de gevolgen van enige zadelpijn) deden ons een dagticket voor het openbaar vervoer (7,20 €) aanschaffen. Dat werkte prima. De metrostellen rijden met een hoge frequentie, zijn ruim, kraaknet, intelligent bewegwijzerd en helemaal niet overbevolkt. Vergeet ook niet buslijn 100, de goedkoopste manier om alle toeristische hoogtepunten in één beweging te zien.

Een mistige dag is ideaal voor een kerkhofbezoek. Eén van de kerkhoven aan de Mehringdamm, vlak tegenover de militaristische architectuur van het ‘Finanzamt’, is de laatste rustplaats van Felix Mendelssohn-Bartoldy. Het is een piepklein kerkhof, net goed om nog een beetje muziek te horen opstijgen. Dit is de buurt van de Kreuzberg, een alternatieve wijk met vele originele bedrijfjes en winkeltjes. Aan de rand van het Viktoriapark aldaar ligt een stijlvol gerestaureerde Zwitserse villa waar ze overheerlijke gerechtjes serveren (Tomasa Villa). Aan de andere kant van het park misten we helaas een bezoek aan het Antiquariat Tode wegens pas open om 13 uur. De etalage alleen al maakte heel duidelijk  hoezeer de eigenaar begaan is met de vrede in de wereld. Zeker iets voor volgende keer.

graf Felix Mendelssohn-Bartoldy

graf Felix Mendelssohn-Bartoldy N52 29.710 E13 23.470

Even een omweg langs de Staatsoper, waar Daniel Barenboim de plak zwaait, om een ticketje voor de opera te bemachtigen maar helaas waren er enkel repetities aan de gang, zo vroeg in het seizoen. Al jaren liggen we op vinkenslag om een ticket te pakken te krijgen voor de Berliner Philharmoniker en ja hoor, dit keer was het maanden van tevoren gelukt. De Berliner heeft hoogst af en toe toegangsbewijzen te koop die niet gebonden zijn aan abonnementen en zo konden we erin. Ter info: voor een abonnement is het wachten geblazen totdat iemand passeert.

De ontvangst was op zijn minst onverwacht: elke tickethouder krijgt een welgemeende begroeting aan de ingang en toen we een programma kochten (3 €) merkte een vriendelijke onthaaldame op dat we een koopje deden omdat het boekje eigenlijk besprekingen van vier concerten bevatte. Mooi zo …

De akoestiek van de Philharmonie is quasi perfect en door de ingenieuze constructie (o.a. weerkaatsend marmer en een soort ‘haaienvinnen’ voor de wolken in het plafond) klinkt de Berliner als één coherent geheel, aangevuurd door een onvermoeibare Simon Rattle. Die schept als het ware de muziek op en projecteert het geluid recht naar het publiek. Een uitstekende maatstaf voor de kwaliteit van een concert is de subjectieve tijdbeleving ervan. Het leek wel of de twee symfonieën (eerst de vierde van Schumann en dan de vierde van Brahms) in een hoepestoep voorbij waren. Onbeschrijfelijk en met niets te vergelijken tenzij met de kwaliteit van de Duitse machinebouw. Leuk detail: Daniel Barenboim zat een beetje verder op dezelfde rij als wijzelf zijn iPhone na te kijken en op het eind van het concert een beetje zuinig te klappen.

Berliner Philharmoniker en Simon Rattle

de Berliner Philharmoniker en Sir Simon Rattle (vergroot na de klik)

Een fietstochtje ‘s anderendaags: Sybille’s café aan de Karl-Marx-Allee (vroeger Stalin-Allee) voor een straffe koffie en wat historische informatie, dan naar de Pfefferberg en Kulturbrauerei en vervolgens een duik in een reusachtige biomarkt aan de Senefelderplatz op zoek naar kennelijk onvindbare mu-thee, afgerond met een kort bezoek aan het Stilwerk, zowat de grootste verzameling designwinkels ter wereld. Vervolgens langs de Siegessäule om de marathon te bekijken en even te rusten en dan nog een bezoekje aan een nieuwe consumptietempel aan de Leipzigerplatz waar zelfs mensen strompelend op krukken rondsukkelen om toch maar iets te kopen.

Frankfurter Tor Karl Marxallee

Frankfurter Tor Karl-Marx-Allee

shop till you drop Leipziger Platz

shop till you drop

Siegessäule

Siegessäule

 

 

 

 

 

 

Een late hap in het Strandbad Mitte na nog een concert in de Philharmonie, ditmaal door de Junge Deutsche Philharmonie met een gastoptreden van Truls Mörk. Dat ‘jeugdorkest’ kon met gemak tippen aan heel wat orkesten hier in de omtrek, om het voorzichtig uit te drukken.

Eén eerder toevallige verrassing nog bij het terugfietsen: Dussman aan de Friedrichstraße deed me denken aan de Keulse Saturn in vroeger tijden. ‘Die größte Auswahl an Schallplatten in der Welt’ was hun slogan indertijd en dat was ook zo. Dussman heeft net als toen een ongeziene collectie klassieke (en andere) cd’s, boeken à volonté en is bijna dag en nacht open behalve op zondag. Een must-see in Berlin. Hopen maar dat boekenrekkenwinkels nog lang blijven bestaan nu e-readers in volle opmars zijn.

Op zondag terugreizen heeft het voordeel van minder verkeer (maar meer zondagsrijders) en maakt het makkelijk om eens lekker snel te rijden …

De week daarop snorden we ‘s morgens vroeg naar het Zuidstation. De fietsjes meenemen op de trein is geen probleem, ze passen gemakkelijk in het bagagerek aan de ingang van de wagon. Eurostar vraagt wel ze in een hoes te verpakken maar dat is sowieso al een goed idee. Ter info: na het inchecken doorlopen reizigers tegenwoordig dezelfde veiligheidsprocedures als bij een vliegtuigreis. Stresserend en denigrerend, dat wel.

Er zijn toch mensen die niet doorhebben dat een zekere etiquette, ook bij goedkoop treinreizen, op haar plaats is. Zo flankeerden ons twee luidkeels, in een sappig West-Vlaams accent, kwebbelende dames en kwamen we, volle twee uur aan een stuk door, ongewild alles te weten over o.a. hun kwaaltjes, familieperikelen en eetgewoonten. Tot overmaat van ramp begonnen twee reizigers vlak achter ons hoorbaar te snurken. Het is altijd wat.

Londens nieuwe skyline anno 2014

Londens nieuwe skyline anno 2014

Ondanks het geblaas van Boris Johnson, de excentrieke Londense burgemeester, dat fietsen hét vervoermiddel bij uitstek is in zijn stad, zijn er nauwelijks fietspaden te vinden en is fietsen een levensgevaarlijke bedoening. Dat komt ervan wanneer (zo goed als) enkel professionele chauffeurs mogen rijden in het centrum. Het nettoresultaat is dat  taxi’s, bestelwagens en gechauffeerde privé-auto’s met elkaar wedijveren om elke vierkante centimeter asfalt. Alleen de knalrode dubbeldekbussen rijden in een min of meer grote boog rond de eenzame fietster heen. En zelfs daar krijgt de moedige cyclist duidelijke waarschuwingen. Eén lichtpunt: de Londenaars zijn gewend aan vouwfietsjes want de beste maken ze namelijk zelf en zo komt het dat niemand vreemd opkijkt wanneer je je fiets gewoon meepakt in een winkel of restaurant of ze laat opbergen in een vestiaire.

Tip: ga niet fietsen in Londen tenzij u een getraind wielrenner bent en dan nog.

Bankside zicht over de Thames

Bankside zicht over de Thames

Blackfriars brug 50 m fietspad

Blackfriars brug 50 m  fietspad

waarschuwing voor fietsers achteraan op bus

waarschuwing voor fietsers

 

 

 

 

 

 

De laatste keer dat we iets substantieel zagen van Kasimir Malevich was bijna 20 jaar geleden in het Ludwig in Keulen. Tate Modern haalde haar mosterd uit een samenwerking met het Stedelijk Amsterdam. Centraal staat het iconische zwarte vierkant, precies een gat waarin de hele schilderkunst verdwijnt, en de schok die het schilderij 100 jaar geleden veroorzaakte, is nog niet weggeëbd zelfs voor hedendaagse kunstliefhebbers die toch wat gewoon zijn. De opstelling in Tate met vlak erlangs de reconstructie van ‘De Laatste Tentoonstelling van Futuristische Schilderkunst 0.10’ (nul-tien Petrograd 1915-16) met de originele kunstwerken van toen, is bij momenten fascinerend. Hogelijk interessant – en nieuw voor mij – is het gedeelte over Malevich als leraar, schrijver en architect in Leningrad en Vitebsk. [Het gaat hem daar niet echt goed, zijn hand geraakt verlamd en hij komt bijna om van de honger]. Zijn didactische modellen zijn ronduit fantastisch en tonen interacties tussen vorm, kleur, textuur (Faktura), materiaal en techniek en zelfs de omzetting van kleur vanuit beweging en geluid [Umwandlung der Farbe von dem Laute].

Tip: om de schilderijen van Malevich goed te zien, moet je er een beetje vanaf gaan staan, bijvoorbeeld Lady at the Advertising Column:

Malevich Lady at the Advertising Column 1914

Lady at the Advertising Column 1914

Een kort bezoek aan Foyles stelde ons weer enigszins gerust. Papieren boeken overleven voorlopig, weliswaar in gereduceerde boekhandels en Foyles is daar geen uitzondering op. In de jaren 70 was het een labyrint met ontelbare hoekjes en kantjes vol boeken, nu is het eerder een ruim verlichte ‘showroom’ met bestsellers.

boekhandel Foyles anno 2014

boekhandel Foyles anno 2014

4 dagen in Berlijn


klik voor foto's van Berlijn

Het makkelijkst om in Berlijn te raken, is per auto: 7 uur sjezen door de nacht met behulp van een gesofisticeerde GPS, langs ellenlange rijen vrachtwagens met een tussenstop in Marienborn, de voormalige Duits-Duitse grens. De hele grenscontrole-infrastructuur is er bewaard en geeft een voorsmaakje van de veelbewogen geschiedenis van Duitsland.

Een stevig ontbijt in Spandau – ga naar de Barfly in Spandau – en dan verder naar Pension Am weissen See waar Frau Bongardt ons met luid enthousiasme ontvangt. We kunnen vrij kamers kiezen wegens enige gasten. Herr Bongardt verwelkomt ons nog eens uitgebreid met instructies voor vervoer naar de stad en enig gefoeter op de criminaliteit (voornamelijk graffiti en hondenpoep). Hetzelfde verhaaltje van overal …

De tramverbinding loopt vlot en snel en voor we het weten staan we op de Alexanderplatz: een immens plein met de opvallende televisietoren en daartegenover de kantoren van oa. de Berliner Zeitung. Buslijn 100 is de goedkoopste sightseeing bus en rijdt langs de Bebelplatz (opera, univ) over de beroemde Unter den Linden, de Brandenburger Tor en de Siegessäule in de Tiergarten. Buslijn 200 in de omgekeerde richting doet de Philharmonie aan en de Postdamer Platz. De eerste indruk is er een van weidse uitgestrektheid met veel groen, statige lanen geflankeerd door grote bomen, geen echte hoogbouw en – keurig gescheiden – (neo)klassieke en hypermoderne hi-tech architectuur. Alles is even netjes en proper, praktisch georganiseerd; het verkeer is relaxed met voorkómende en voorzichtige autobestuurders. Tegelijkertijd hangt er een afstandelijke sfeer en een zeker onbehagen in de lucht, helemaal anders dan Londen, Parijs of zelfs Moskou.

Rond de Kollwitzplatz in het Prenzlauerberg district wemelt het van de restaurantjes. ‘High pressure’ Lise van de Bangin bedient ons met flair en grapjes. Het eten in Berlijn is niet duur en over het algemeen te doen maar daarover later meer.

‘s Anderendaags brengt berlinonbike.de ons per fiets langs de Muur. De begeleider is een jonge opvoeder die in 1989 13 jaar was en vlak achter de Muur woonde aan de oostkant. We staan dikwijls perplex van hoe het zover kon komen en hoe het mogelijk was de bevolking psychologisch zo te beïnvloeden dat ze het niet aandurfden naar het Westen over te lopen. De Muur begon met een simpele streep witte verf over de straat met twee Russische soldaten erachter en groeide tot een monsterlijke contraptie van 150 km lang met de meest ingewikkelde constructies om mensen te verhinderen naar het Westen te ontsnappen. De Bornholmerstrasse maakt diepe indruk door de banaliteit van de omgeving: nu een verwaarloosd parkeerterrein waarop toen grenswachters auto’s controleerden met op de achtergrond appartementenblokken waar voornamelijk partijgetrouwen woonden. Hier ontstond in november 1989 het eerste ‘gat’ in de muur na de wereldwijd uitgezonden persconferentie waarin Günter Schabowski, een niet zo hoge ambtenaar van het Politburo, aankondigde dat iedereen naar het Westen kon. Ook de familie van onze gids ging een kijkje nemen, weliswaar pas in december omdat ze de zaak niet helemaal vertrouwden.

De fietstocht eindigt – op speciaal verzoek – bij het nieuwe Hauptbahnhof (vroeger Lehrter Bahnhof): een gigantische glazen constructie die de hele buurt domineert. Hier ontstaat een Europese hub om met hogesnelheidstreinen van West naar Oost en omgekeerd te sporen. Achteraf is de koude bietensoep en chocoladecake met vanille een lekkere hap in de Pasternak. Roeskieje food is het beste idee om in Berlijn deftig te eten.

Een korte autorit – quasi geen verkeer in de stad en parkeerplaatsen zat – brengt ons naar de Bebelplatz. Zelf dacht ik een bezoek aan Berlijn te beginnen met een soort pelgrimstocht naar de plaats waar de nazi’s boeken verbrandden. Dat was notabene pal tegenover de rechtsfaculteit. Door een dik matglas in de grond zijn lege bibliotheekrekken zichtbaar die ogenschijnlijk in een mist verdwijnen. De meeste toeristen wandelen er achteloos over maar zelf ben ik erg onder de indruk.

‘s Avonds bemachtigen we twee ticketjes voor de Bigger Bang toer van de Rolling Stones in het Olympiastadion. Dat ziet er aan de buitenkant niet bijzonder groot uit maar eenmaal binnen blijkt het in de diepte te verdwijnen met het podium beneden rechts in de verte. Toch is de hele bedoening goed zichtbaar. Het decor ziet eruit als een Guggenheimachtige appartementenblok met links en rechts glooiende stroken blauw met daartussenin zitplaatsen voor wel 500 ‘claqueurs’ (vroeger waren dat betaalde concertbezoekers die moesten klappen als het stuk wat tegenviel). Daartussenin staat een reusachtig videoscherm waar straks een complete televisieploeg het concert op projecteert. Elke grijns van Keith Richards en de smoelentrekkerij van ‘rubber face’ Jagger is haarscherp zichtbaar.

De Stones vliegen er direct in met ‘Jumpin’ Jack Flash’ en gaan zo door tot en met ‘Satisfaction’, ‘Let’s spend the night together’, ‘Paint it black’ over ‘Angie’, ‘Sympathy for the devil’ (weliswaar zonder de zinsnede ‘Every cop is a criminal’), ‘Honky Tonk Woman’, ‘Brown Sugar’ en meer van hun fraaie best-of-the-best hits. Het kan niet op en het hele stadion veert joelend en klappend recht. Alleen Richards loopt zichtbaar op zijn laatste beentjes, speelt bijwijlen vals en de twee nummers die hij ten beste geeft, klinken meer als kattegejank. Jagger en de anderen redden de show met weer een paar hits en technische hoogstandjes waarbij het podium plots begint te zweven recht door het hilarische publiek. We geraken zonder noemenswaardige vertraging terug Am weissen See.

‘s Anderendaags koopjesdag alhoewel er een flinke hap uit ons budget ging gisteren voor de Stonestickets. De Potzdamerplatz met het Sonycenter en de Ritz-Carlton vlakbij: een opstootje wegens vermeend naar buiten stappen van Mick Jagger. Zelf zijn we even later net te laat om de artiest van kortbij te zien. Een beetje verder bléren luidsprekers op bussen en aanhangwagens van de zoveelse ‘love parade’. Het is de bedoeling dat de toeschouwer die er zin in heeft, achter zo een geval gaat aanlopen. Later op de avond komt iedereen bijeen rond de Siegessaule op de Sterne zo genoemd wegens de vele radiale lanen die erop uitkomen.

Vroeg op de avond proberen we het enige klassiek concert bij te wonen in de buurt maar het blijkt dat het zaaltje van de Humboldt univ te klein is en dat het orkest buiten heeft postgevat. Dat doet ons besluiten in de plaats een hap gaan te eten in de Pasternak alwaar we met onze reisgenoten enige pret maken met het ter plekke uitvinden van Duitse woorden zoals bijvoorbeeld ‘Eindränglich’ om aan te geven hoe van bovenuit door te dringen in een lamsstoofpotje.

Zondag – na een nogal formeel afscheid door Herr Bongardt – geraken we aan de Villa Wannsee waar de nazis indertijd de ‘Endlösung’ uitdokterden. Het is beangstigend hoe het discours van het VB (een extreem rechtse partij hier te lande) overeenkomt met het omfloerste taalgebruik van de nazis. ‘Abgeschoben’ is de uitdrukking, niet uitgemoord of vernietigd maar ‘abgeschoben’.

De tentoonstelling in de villa is uitgebalanceerd, helder en duidelijk zonder geweeklaag of roep om wraak: alleen maar controleerbare cijfers en feiten, goed gedocumenteerd en ter zake op, een uiterst wetenschappelijke geschiedschrijving gebaseerd. De opstelling en presentatie is van dezelfde hoge kwaliteit en stelt de bezoeker in staat zich op relatief korte tijd een goed idee te vormen van de werkwijze en omvang van de volkerenmoord. We komen allemaal nogal stil naar buiten en besluiten de catalogus, die de hele tentoonstelling bevat, aan te schaffen.

Slot ‘Sans Souci’ in Potsdam is de laatste halte. Het doet goed in de klassieke tuinen rond te lopen en zo de ellende in de Villa Wannsee van ons af te schudden.