• slide-1
  • slide-2
  • slide-3
  • slide-4
  • slide-5
  • slide-6
  • slide-7
  • slide-8
  • slide-9
  • slide-10
  • slide-11
  • slide-12
  • slide-13
  • slide-14
  • slide-15

tweede dag in Cuba – tochtje door Habana Vieja

Op het eerste gezicht ziet de Habana Vieja (de oude stad van Havana) er verwaarloosd en rommelig uit maar een groot gedeelte is perfect hersteld en overal zijn werklieden bezig met de restauratie van wat eens een wijk moet geweest zijn met koloniale grandeur en allure. De Obispo is de winkelstraat van Habana; het is een drukte van jewelste: veel toeristen, gauwdieven, geen bedelaars en weinig echte commercie. Habana is de enige stad ter wereld waar geen MacDonalds te vinden is. Het ‘communistische’ Peking bijvoorbeeld had in het jaar 2000, 84 vestigingen van de schreeuwlelijke hamburgertenten. In de farmacia Johnson en hotel Ambos Mundos is de vroegere glorie van de oude stad goed te zien.

In het hotel brengt een ouderwetse kooilift ons naar het dakterras waar het standaard salsabandje al staat te spelen. Het fraaie uitzicht over de oude stad doet de straffe wind daarboven vlug vergeten. Hemingway logeerde hier dikwijls in kamer 511 wanneer hij in Habana was. Gauw langs de trap naar beneden, het is niet moeilijk de kamer te vinden maar ze zit op slot. Na een beetje rondgedraai, duikt er iemand op met de sleutel en voor een paar peso mogen we binnen. Zijn schrijfmachine, potloden, boeken en kranten liggen er nog precies of Hemingway net vertrokken is. Er hangt een gewijde sfeer zeker voor iemand die in z’n jeugd zowat alles van de schrijver verslonden heeft. Hier schreef hij ‘For whom the bell tolls’ en de inspiratie daarvoor zit precies nog in het behang gebakken. Een beetje stil vertrekken we voor een wandeling langs de Maleçon dijk. We geraken niet echt ver omdat er stormachtige golven over de dijk slaan. Het is wel een mooi zicht met de Vedado op de achtergrond en de twee torentjes van hotel Naçional in de verte. We besluiten morgen een taxi te nemen om daar gaan te ontbijten.

Terug op de plaza Vieja testen we een enthousiaste tip van de Rough Guide: de taberna de la Muralla. Daar hebben een paar Aussies een complete brouwerij in het café gestoken met bierleidingen recht naar de toog. Het eten stelt niet veel voor maar het publiek maakt veel goed. Vlak langs ons zitten een zestal luidruchtige Russen in hun prachtige taal te discussiëren onder het genot van enorme hoeveelheden bier dat in een speciale cylindrische constructie van wel een meter hoog zit: het is een soort gekoeld tapvat met een inhoud van 3 liter bier.

Een beetje verderop loopt de mooi gerestaureerde plaza de San Fransesco vol voor de kunsten van een theatertroep in felgekleurde kostuums. Ze spelen een soort pantomime met veel lachen en roepen. Zelfs een bronzen beeld van Cervantes lijkt geïnteresseerd.

Tussen de San Francesco en de Vieje is de beste koffie in Habana te vinden. Met veel stijl kappen de caffeïneverslaafden de ene expresso na de andere binnen. Het etablissement is helemaal in het felroze geschilderd dat prachtig contrasteert met het zwart/witte tenue van de zwierige barmannen. Na een paar ‘shots’ van de super Cubaanse koffie, keren we terug naar onze logies voor een korte siësta waarna we weer op de plaza Vieja belanden.

De Russen zijn nog altijd aan het hijsen in de Muralla. Ze krijgen het idee een paard met kar te kapen om er een toertje mee te maken. Ze sturen de vaste menner wandelen waarna het paard op hol slaat omdat de Russen veel te dronken zijn en het paard duidelijk geen woord Russisch verstaat. Een politieagent krijgt het beest onder controle, de Russen nemen de vlucht en de begeleider geeft er de brui aan. Het nettoresultaat is een paard met kar annex agent die niet meer van plaats kan. Grote hilariteit op de plaza!

Grappige anecdote: in een bank vraagt de loketbediende me naar het Engels woord voor ‘jasje’ en informeert vervolgens of ze m’n ‘jacket’ niet kan kopen voor haar man. Ik leg uit dat m’n jas niet te koop is maar dat haar man zich gelukkig mag prijzen met zo een zorgzame echtgenote. De kleine gebeurtenis typeert wel de situatie: er is in de staatswinkels weinig te vinden en de dollarwinkels zijn veel te duur: de converteerbare peso staat 25 tegen 1 tegenover de gewone peso. Dat maakt dat er twee economische systemen naast elkaar bestaan, een voor de rijke en een voor de minder gefortuneerden. Ongetwijfeld een explosieve situatie tegen dat Fidel passeert en er een toestand zoals in Rusland ontstaat met privatiseringen en een nog grotere kloof tussen arm en rijk.

We zwerven nog wat rond in de oude stad, checken Jesus y Maria nog eens voor logies maar de mysterieuze gast is nog altijd niet opgedaagd en we hebben de stellige indruk dat de kamer simpelweg al bezet is. De Rough Guide heeft een adres een paar huizen verder en op goed geluk af stappen we in een lift op zoek naar Fefita y Luis. Luis blijkt een beetje stuurse man te zijn maar de kamer is excellent met een prachtig uitzicht en we happen na wat onderhandelen toe (meer uitleg op volgende blad). Eindelijk rust en geen uitlaatgassen onder het slapen plus het vooruitzicht op een stevig uitgebreid ontbijt in de Naçional morgenvroeg.

foto’s in de galerie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.