• slide-1
  • slide-2
  • slide-3
  • slide-4
  • slide-5
  • slide-6
  • slide-7
  • slide-8
  • slide-9
  • slide-10
  • slide-11
  • slide-12
  • slide-13
  • slide-14
  • slide-15

‘Modern reizen’ Berlijn en Londen revisited

En zo kwam het dat de twee vouwfietsjes weer de koffer in gingen voor een bezoek aan Berlijn en Londen, acht jaar na het eerste aan Berlijn en vier na dat aan Londen.

Eerst Berlijn: verdwenen zijn de dichte bosjes bouwkranen en rijen aanschuivende betonwagens van toen. De stad is zowat helemaal gerenoveerd en het is moeilijker het vroegere Oost-Duitse gedeelte nog te onderscheiden van het Westerse.

Hotel Pension Streuhof is, althans aan de binnenkant, nog tot in de details van ‘old school’ DDR-kwaliteit, bijna versleten maar met een sympathieke charme en – naar Berlijnse normen – redelijk geprijsd. Voor hetzelfde geld biedt Ibis Budget, midden tussen de winkels aan de Wittenbergplatz, een karakterloze standaardkamer aan.

Pension Streuhof Berlin self portrait

selfie in Pension Streuhof Berlin  (vergroot na de klik)

Fietsen is goed te doen, minder chaotisch dan in Parijs en zeker aangenamer dan Londen, maar daarover verderop meer. Duitse automobilisten zijn voorkomend en voorzichtig, er zijn redelijk wat fietspaden en voetgangers zitten er niks mee in wanneer de stoep als fietspad dienst doet. Er zijn ook overal fietsparkeerplaatsen geïnstalleerd. Een eerste testrit ‘s avonds laat naar een echt Italiaans restaurant leverde deze quote op: “Ich bin kein Italiener, sondern ein Neapolitaner” (baas van de BellUno).

Twee tips: volg strikt de verkeersregels of een luid getoeter is het resultaat en zet de routering van de fiets-GPS op ‘routeren voor afstand’ en niet op ‘routeren voor tijd’. Dat laatste is dan weer wél aangewezen voor compleet autovrije tochtjes, inclusief grote maar dikwijls mooie omwegen door parken en dreven.

Er is maar één stad ter wereld waar de GPS de weg wijst van de Kantstraße naar de Leibnizstraße om in de Goethestraße te eindigen. Hotel Bikini ligt in die buurt en is een bezoekje waard wegens de net niet te excentrieke maar hoogst originele inrichting van Berlijns topdesigner Werner Aisslinger. De bar op de tiende verdieping heeft een majestueus weids uitzicht over de Tiergarten dat als een groene vlek het centrum van de stad bepaalt met aan de zuidelijke kant een veelvoud aan ‘shopping malls’ gaande van het poepsjieke KaDeWe tot experimentele ‘concept stores’ en tijdelijke winkeltjes in houten containers. Een eindje verder heeft de Manufactum lekkere tomatensoep en kleine hapjes/gebakjes, ideaal voor op de middag.

Tip: hotel Bikini heeft overal supersnelle, gratis wifi zonder vervelend aanmelden.

Bikini hotel ingang naar Monkeybar 10de

Bikini hotel ingang 10de

Bikini hotel: meeting place

Bikini hotel: meeting place

Bikini hotel 10de verdieping

Bikini hotel 10de verdieping

 

Clärchens Ballhaus is een populair dansoord annex restaurant met nostalgische optredens. Eenmaal binnen krijgen bezoekers een op het randje decadente indruk: afbladderende verf, versleten spiegels waarin enkel kaarslicht weerkaatst en aftands meubilair. De keuken is nochtans prima en niet overdreven duur. Toch valt de hele zaak een beetje tegen toen we ‘s anderendaags een kijkje wilden nemen in de eigenlijke balzaal en norse, enigszins vettige, portiers ons wandelen stuurden wegens geen goesting om alweer inkom te betalen.
Tip: ga liever 50 meter verder iets eten in het Strandbad Mitte op het einde van de Kleine Hamburgstraße, schuin tegenover Clärchens.

Clärchens Ballhaus Spiegelsaal

Clärchens Ballhaus Spiegelsaal (vergroot na de klik)

Regen (en de gevolgen van enige zadelpijn) deden ons een dagticket voor het openbaar vervoer (7,20 €) aanschaffen. Dat werkte prima. De metrostellen rijden met een hoge frequentie, zijn ruim, kraaknet, intelligent bewegwijzerd en helemaal niet overbevolkt. Vergeet ook niet buslijn 100, de goedkoopste manier om alle toeristische hoogtepunten in één beweging te zien.

Een mistige dag is ideaal voor een kerkhofbezoek. Eén van de kerkhoven aan de Mehringdamm, vlak tegenover de militaristische architectuur van het ‘Finanzamt’, is de laatste rustplaats van Felix Mendelssohn-Bartoldy. Het is een piepklein kerkhof, net goed om nog een beetje muziek te horen opstijgen. Dit is de buurt van de Kreuzberg, een alternatieve wijk met vele originele bedrijfjes en winkeltjes. Aan de rand van het Viktoriapark aldaar ligt een stijlvol gerestaureerde Zwitserse villa waar ze overheerlijke gerechtjes serveren (Tomasa Villa). Aan de andere kant van het park misten we helaas een bezoek aan het Antiquariat Tode wegens pas open om 13 uur. De etalage alleen al maakte heel duidelijk  hoezeer de eigenaar begaan is met de vrede in de wereld. Zeker iets voor volgende keer.

graf Felix Mendelssohn-Bartoldy

graf Felix Mendelssohn-Bartoldy N52 29.710 E13 23.470

Even een omweg langs de Staatsoper, waar Daniel Barenboim de plak zwaait, om een ticketje voor de opera te bemachtigen maar helaas waren er enkel repetities aan de gang, zo vroeg in het seizoen. Al jaren liggen we op vinkenslag om een ticket te pakken te krijgen voor de Berliner Philharmoniker en ja hoor, dit keer was het maanden van tevoren gelukt. De Berliner heeft hoogst af en toe toegangsbewijzen te koop die niet gebonden zijn aan abonnementen en zo konden we erin. Ter info: voor een abonnement is het wachten geblazen totdat iemand passeert.

De ontvangst was op zijn minst onverwacht: elke tickethouder krijgt een welgemeende begroeting aan de ingang en toen we een programma kochten (3 €) merkte een vriendelijke onthaaldame op dat we een koopje deden omdat het boekje eigenlijk besprekingen van vier concerten bevatte. Mooi zo …

De akoestiek van de Philharmonie is quasi perfect en door de ingenieuze constructie (o.a. weerkaatsend marmer en een soort ‘haaienvinnen’ voor de wolken in het plafond) klinkt de Berliner als één coherent geheel, aangevuurd door een onvermoeibare Simon Rattle. Die schept als het ware de muziek op en projecteert het geluid recht naar het publiek. Een uitstekende maatstaf voor de kwaliteit van een concert is de subjectieve tijdbeleving ervan. Het leek wel of de twee symfonieën (eerst de vierde van Schumann en dan de vierde van Brahms) in een hoepestoep voorbij waren. Onbeschrijfelijk en met niets te vergelijken tenzij met de kwaliteit van de Duitse machinebouw. Leuk detail: Daniel Barenboim zat een beetje verder op dezelfde rij als wijzelf zijn iPhone na te kijken en op het eind van het concert een beetje zuinig te klappen.

Berliner Philharmoniker en Simon Rattle

de Berliner Philharmoniker en Sir Simon Rattle (vergroot na de klik)

Een fietstochtje ‘s anderendaags: Sybille’s café aan de Karl-Marx-Allee (vroeger Stalin-Allee) voor een straffe koffie en wat historische informatie, dan naar de Pfefferberg en Kulturbrauerei en vervolgens een duik in een reusachtige biomarkt aan de Senefelderplatz op zoek naar kennelijk onvindbare mu-thee, afgerond met een kort bezoek aan het Stilwerk, zowat de grootste verzameling designwinkels ter wereld. Vervolgens langs de Siegessäule om de marathon te bekijken en even te rusten en dan nog een bezoekje aan een nieuwe consumptietempel aan de Leipzigerplatz waar zelfs mensen strompelend op krukken rondsukkelen om toch maar iets te kopen.

Frankfurter Tor Karl Marxallee

Frankfurter Tor Karl-Marx-Allee

shop till you drop Leipziger Platz

shop till you drop

Siegessäule

Siegessäule

Een late hap in het Strandbad Mitte na nog een concert in de Philharmonie, ditmaal door de Junge Deutsche Philharmonie met een gastoptreden van Truls Mörk. Dat ‘jeugdorkest’ kon met gemak tippen aan heel wat orkesten hier in de omtrek, om het voorzichtig uit te drukken.

Eén eerder toevallige verrassing nog bij het terugfietsen: Dussman aan de Friedrichstraße deed me denken aan de Keulse Saturn in vroeger tijden. ‘Die größte Auswahl an Schallplatten in der Welt’ was hun slogan indertijd en dat was ook zo. Dussman heeft net als toen een ongeziene collectie klassieke (en andere) cd’s, boeken à volonté en is bijna dag en nacht open behalve op zondag. Een must-see in Berlin. Hopen maar dat boekenrekkenwinkels nog lang blijven bestaan nu e-readers in volle opmars zijn.

Op zondag terugreizen heeft het voordeel van minder verkeer (maar meer zondagsrijders) en maakt het makkelijk om eens lekker snel te rijden …

De week daarop snorden we ‘s morgens vroeg naar het Zuidstation. De fietsjes meenemen op de trein is geen probleem, ze passen gemakkelijk in het bagagerek aan de ingang van de wagon. Eurostar vraagt wel ze in een hoes te verpakken maar dat is sowieso al een goed idee. Ter info: na het inchecken doorlopen reizigers tegenwoordig dezelfde veiligheidsprocedures als bij een vliegtuigreis. Stresserend en denigrerend, dat wel.

Er zijn toch mensen die niet doorhebben dat een zekere etiquette, ook bij goedkoop treinreizen, op haar plaats is. Zo flankeerden ons twee luidkeels, in een sappig West-Vlaams accent, kwebbelende dames en kwamen we, volle twee uur aan een stuk door, ongewild alles te weten over o.a. hun kwaaltjes, familieperikelen en eetgewoonten. Tot overmaat van ramp begonnen twee reizigers vlak achter ons hoorbaar te snurken. Het is altijd wat.

Londens nieuwe skyline anno 2014

Londens nieuwe skyline anno 2014

Ondanks het geblaas van Boris Johnson, de excentrieke Londense burgemeester, dat fietsen hét vervoermiddel bij uitstek is in zijn stad, zijn er nauwelijks fietspaden te vinden en is fietsen een levensgevaarlijke bedoening. Dat komt ervan wanneer (zo goed als) enkel professionele chauffeurs mogen rijden in het centrum. Het nettoresultaat is dat  taxi’s, bestelwagens en gechauffeerde privé-auto’s met elkaar wedijveren om elke vierkante centimeter asfalt. Alleen de knalrode dubbeldekbussen rijden in een min of meer grote boog rond de eenzame fietster heen. En zelfs daar krijgt de moedige cyclist duidelijke waarschuwingen. Eén lichtpunt: de Londenaars zijn gewend aan vouwfietsjes want de beste maken ze namelijk zelf en zo komt het dat niemand vreemd opkijkt wanneer je je fiets gewoon meepakt in een winkel of restaurant of ze laat opbergen in een vestiaire.

Tip: ga niet fietsen in Londen tenzij u een getraind wielrenner bent en dan nog.

Bankside zicht over de Thames

Bankside zicht over de Thames

Blackfriars brug 50 m fietspad

Blackfriars brug 50 m  fietspad

waarschuwing voor fietsers achteraan op bus

waarschuwing voor fietsers

De laatste keer dat we iets substantieel zagen van Kasimir Malevich was bijna 20 jaar geleden in het Ludwig in Keulen. Tate Modern haalde haar mosterd uit een samenwerking met het Stedelijk Amsterdam. Centraal staat het iconische zwarte vierkant, precies een gat waarin de hele schilderkunst verdwijnt, en de schok die het schilderij 100 jaar geleden veroorzaakte, is nog niet weggeëbd zelfs voor hedendaagse kunstliefhebbers die toch wat gewoon zijn. De opstelling in Tate met vlak erlangs de reconstructie van ‘De Laatste Tentoonstelling van Futuristische Schilderkunst 0.10′ (nul-tien Petrograd 1915-16) met de originele kunstwerken van toen, is bij momenten fascinerend. Hogelijk interessant – en nieuw voor mij – is het gedeelte over Malevich als leraar, schrijver en architect in Leningrad en Vitebsk. [Het gaat hem daar niet echt goed, zijn hand geraakt verlamd en hij komt bijna om van de honger]. Zijn didactische modellen zijn ronduit fantastisch en tonen interacties tussen vorm, kleur, textuur (Faktura), materiaal en techniek en zelfs de omzetting van kleur vanuit beweging en geluid [Umwandlung der Farbe von dem Laute].

Tip: om de schilderijen van Malevich goed te zien, moet je er een beetje vanaf gaan staan, bijvoorbeeld Lady at the Advertising Column:

Malevich Lady at the Advertising Column 1914

Lady at the Advertising Column 1914

Een kort bezoek aan Foyles stelde ons weer enigszins gerust. Papieren boeken overleven voorlopig, weliswaar in gereduceerde boekhandels en Foyles is daar geen uitzondering op. In de jaren 70 was het een labyrint met ontelbare hoekjes en kantjes vol boeken, nu is het eerder een ruim verlichte ‘showroom’ met bestsellers.

boekhandel Foyles anno 2014

boekhandel Foyles anno 2014

Photokina 2014: meer volk, minder ambiance

Photokina 2014: elke fotograaf – professioneel of liefhebber – kan er niet rond en dat geldt evengoed voor fotomateriaalproducenten en -diensten, waar ook ter wereld. Trends ontwaren lijkt gemakkelijk op de tweejaarlijkse Photokina beurs in Keulen maar waar het echt naar toe gaat met de fotografie is beter aan te voelen op kleine standjes of via rondzwervende eenzaten die hun al-of-niet geniale idee soms op originele wijze proberen te promoten.

Actiecamera’s, drones en een hang naar nostalgie waren moeilijk te ontwijken. De toekomst is aan de durvers, moeten ze bij Nikon gedacht hebben. Enthousiaste kids konden selfies maken op een platform met een 90 graden gekantelde achtergrond van bijvoorbeeld een zeilboot op een woeste zee of een besneeuwde, duizelingwekkend hoge bergtop of een pyloon op het dak van wolkenkrabber. Tegelijk is Nikon – naast Leica – een soort rots in de branding met telkens dezelfde sobere geel-zwarte opstelling en presentatie van hun robuuste, professionele toestellen.

Sony zag kennelijk meer heil in een conservatieve, lichtelijk surreële opbouw van een compleet huis, inclusief toneelspelend koppel op de sofa waar would-be cineasten de laatste nieuwe 4k videocamera’s konden uittesten. Tegelijk presenteerden ze hun mainstream fototoestellen in een eerder ‘plat’ decor zonder al te veel opdringerige acts. Een beetje soberheid kan geen kwaad en dat zette ook de trend van deze Photokina: veel volk maar minder animo. Het kan niet altijd feest zijn, niewaar.

Nikon reikhalzend

Nikon reikhalzend

Sony test huiskamer

Sony test huiskamer

Sony fake living room

Sony fake living room

Samsung, Canon, Panasonic: veel van hetzelfde en weinig nieuws. Ingedommeld of geen goesting? Alleen Fuji trok echt veel volk met diverse meetzoekertoestellen, bijvoorbeeld de derde reïncarnatie van de X100, weg van platgetreden paden en wars van wervelende presentaties maar altijd ernstig op zoek met een luisterend oor naar de fotografen zelf.

Tussen de gigantische stands van de groten zaten pareltjes van originaliteit, soms bizarre, postmodernistische pogingen om iets te maken waarvan de zin niet direct duidelijk was. Echt te gek was de Enfojer, een vergroter (een toestel om pellicule-negatieven op papier af te drukken met behulp van een lamp, lens en chemicaliën) waarin een iPhone past en waarvan de fotograaf (op leeftijd?) de beelden in een echte donkere kamer ontwikkelt, spoelt en fixeert. Of een soortgelijk toestel dat polaroid-afdrukken maakt, ook vanaf een iPhone [Impossible]. Een ander leuk ding was een ‘vislijn’ van wel bijna acht meter lang waaraan een gestabiliseerde Hero+ bengelde om opnames vanuit de lucht te maken zonder drone [Rodcam]. Hoogst amusant allemaal.

een Enfojer 'vergroter'

De Enfojer ‘vergroter’

Impossible Polaroid revival

Impossible Polaroid revival

Rodcam [gimbal extreme]

Rodcam [gimbal extreme]

Leica is bij een Photokina-bezoek telkens weer een absoluut hoogtepunt. Een langdurige test van het betaalbare (sic), nieuwe T-systeem deed lichte paniek ontstaan bij de medewerksters wegens niet direct terugbrengen van het hebbeding. Het Apple-achtig, uiterst sobere design met maar twee instelwieltjes plus de sluiterknop, gekoppeld aan een innovatief menusysteem via een aanraakscherm doet een aanslag van ‘maar’ 3500 € op de bank, body, lens en aparte zoeker inbegrepen maar zonder accessoires wel te verstaan.

En waar zaten de Chinezen? Zelfs mijn ervaren gids sinds jaren vond ze niet direct, vermoedelijk zaten ze allemaal op Alibaba. En wat deed Google op Photokina? Oh ja, voor Google Maps zijn camera’s nodig.

Google op Photokina 2014

Google op Photokina 2014

‘Modern reizen’ en fotografie in Parijs, Antwerpen en Amsterdam

Ondertussen is mijn schoenendoos met schrijfsels en knipsels over Parijs al goed gevuld. Tijd voor een selectie ‘Modern reizen’ en fotografie in Parijs, uitgebreid met Antwerpen en Amsterdam.

Het gebruiksgemak van het Thalys online ticketsysteem verbetert er niet op maar het blijft mogelijk om voor 58 € per persoon op-en-af te sporen. ‘s Donderdags reizen werkt blijkbaar het best en is gelijk voor veel musea de rustigste dag. Voor de rest kwam een gratis kaartje van Parijs van pas.

Het Centre Pompidou was goed voor Henri Cartier-Bresson, icoon van de fotografie en aanstoker van Magnum, het fotografenbureau waar elk rechtgeaard fotograaf alleen maar bewondering voor kan hebben. Hoogstens vijf minuten aanschuiven en net niet te veel volk maakt een bezoek aan de omvangrijke tentoonstelling (500+ foto’s) wat draaglijker. Invloeden van in het begin van de fotografie, perfecte composities, dan een surrealistische periode vervolgens politiek geëngageerd [revolutionair en Communist], WO II krijgsgevangene – ontsnapt na 3 jaar – om via fotoreportages [en films] over de hele wereld in een soort cyclus terug te komen tot beschouwende, occasionele beelden en zelfs potloodtekeningen.

De tentoonstelling is gedetailleerd maar tegelijk voldoende overzichtelijk en bevat zowat alle ‘must-see’ beelden. Het valt telkens weer op hoe – zonder dat veel fotografen het geeneens zelf wisten – de onderwerpen en manier van fotograferen veranderden onder invloed van de tijdsgeest. Kijk zelf, eentje van HCB naast eentje van ‘yours truly’ uit 1972:


Iets wat ik nog niet direct ontdekt had: het Pompidou heeft een ruime, vrij toegankelijke bibliotheek. ‘Vrij’ als in ‘gratis’ en dat maakt dat op een normale dag het al gauw meer dan een uur aanschuiven is om binnen te geraken. Niet getreurd: 60-plussers lopen zo door naar de boeken via de uitgang op de mezzanine achteraan in de grote inkomhal van het CP.

Een beetje verder – in la maison européenne de la photographie – heeft Martin Parr iets aangericht met Parijs zelf. Ogenschijnlijk kost het niet veel moeite om boeiende onderwerpen te fotograferen in zo een grote stad. Toch stak Parr er twee jaar werk in en het resultaat is er naar.

Parr is een sarcast maar op een uiterst intelligente manier. Elke foto genereert een kleine, vrolijke aha-erlebnis. Het voorbeeld hieronder zegt alles.

Paris plage Martin Parr 2012

Paris plage Martin Parr 2012

De hoogst originele catalogus dient tegelijk als luxe metroplan, hij is een stuk goedkoper bij Amazon, net als de HCB catalogus.

Even later in het FoMu, Antwerpen was het meteen raak: Adam Broomberg en Oliver Chanarin zijn twee kleppers die nauwelijks nog foto’s maken maar ze gebruiken in een concept. Hun blasfemische ‘Holy Bible’ is een meesterstuk. Op het eerste gezicht is het verschietachtig een bijbel op tafel te zien liggen, maar eenmaal opengeslagen is de combinatie van rood onderstreepte tekst en beelden uit ‘The Archive of Modern Conflict‘ genoeg om een soort klik te veroorzaken om het (ingewikkeld) verband te begrijpen – zo ongeveer toch.

Een ander werk bestaat uit een rol fotopapier, uitgerold, vervolgens 20 seconden lang belicht en terug in de doos gestoken in een woestijn in Irak waar het duo als ‘embedded journalists’ werkte.

Of de geschiedenis van de fotografietechniek om iets als racisme aan te duiden. Statements te over.


Het nieuwe Stedelijk in Amsterdam lijkt op de onderkant van een gigantische rondvaartboot. Het heeft een fraaie collectie representatieve stukken uit de moderne kunst, goed gedocumenteerd en met niet te veel van het goede. Voorts presenteert het museum een verdienstelijke afdeling design. Definitief voordeel: fotograferen is toegelaten alhoewel er soms mensen zijn die onbeheerst tientallen foto’s nemen, meestal met hun mobiel en daarbij vergeten het geluid af te zetten. Het was alweer een donderdag met weinig volk ondanks onheilspellende berichten over lang aanschuiven. Misschien had het stralende weer er iets mee te maken want iedereen had postgevat op het immense Museumplein.

Van Jeff Wall zijn monumentale reclamebakken had ik ‘The Invisible Man’ al gezien. Toen hing het werk in een kleinere en donkerdere ruimte en dat leek meer indrukwekkend. De andere werken in het Stedelijk waren zoniet nog vreemder door de levensgrote afdrukken, op speciale film en fotopapier (dia, LightJet en zw/w gelatine zilverdruk) – heel realistisch en haarscherp tot in de hoeken. Sommige zijn tot in de details geënsceneerd, andere zijn dan weer helemaal toevallig ontstaan.

Later meer over het Stedelijk, er was daar van alles te doen …

‘Modern reizen’ Parma en Parijs

kaas van 33 maanden oud

Parmakaas > 33 maanden oud

Cultuur- en budgetreizigers, plantrekkers en individualisten, techneuten en cyberfreaks kunnen tegenwoordig op een heel andere manier reizen dan pakweg dertig jaar geleden. Het internet is alom tegenwoordig, vliegtuig- en treintickets zijn voor iedereen betaalbaar en zowat alle Europese steden zijn zonder hindernissen met elkaar verbonden met brede en goed onderhouden autostrades of hoge snelheidstreinen. Een combinatie van al die infrastructuur en eigen hi-techmateriaal (zie onderaan bij ‘benodigdheden’) maken een nieuwe manier van reizen mogelijk. Twee voorbeelden: Parma (hesp, kaas en opera) en Parijs (musea, fotografie, bibliotheken en kerkhoven).

De laatste keer dat we in Italië waren, was het voor een ballonvaart over de ‘creti’ in Toscane om de vijftigste verjaardag te vieren van mijn SA (Significante Andere). De Italianen waren toen nog hun gewone zelve: luidruchtig, arrogant en altijd bereid om te sjoemelen om maar te zwijgen van hun moorddadig rijgedrag. Nu ja, een zeker dedain voor de rest van de wereld mag wel, tenslotte hebben ze de Renaissance en de pasta uitgevonden.

Toch lijkt het erop dat de financiële crisis zowat de helft van de bevolking anders heeft doen denken. Vriendelijke obers, behulpzame museumsuppoosten, automobilisten die voorrang geven aan fietsers wisselen elkaar nu af met norse verkopers, een kaartjesknipper die prompt vijf euro ‘boete’ in zijn zak steekt en frenetieke meth-heads die met verschrikkelijk luide ‘muziek’ rustig zitten op een pleintje onmogelijk maken. Het is altijd wat.

Parma ligt op 11 uur rijden van hier volgens de GPS maar het duurde tot halverwege de terugreis eer het ons daagde dat de berekende route helemaal fout was. Tip voor routeplanning: gebruik een routeprogramma op een PC en noteer de route op een blad papier! Google Earth of Maps (OSX) stellen verschillende routes voor terwijl een GPS in de auto er maar één kent en volgt. Nu in zowat elke auto de GPS (en niet de SA) het voor het zeggen heeft, volgt een horde toeristen dezelfde weg. Naar Noord-Italië rijden is het mooist en snelst via Metz, Nancy, Basel, Luzern en Milaan en niet via Saarbrücken of Straatsburg zoals elke GPS aanwijst.

toegang parking Parma

toegang parking Parma

Parma is een overzichtelijk stadje doormidden gesneden door een rivier met langs de rechteroever het station, de opera, markt en winkelstraten, scholen en musea. Aan de andere kant een mooi open park, plaatselijke winkels en verderop buitenwijken en het kerkhof.

Romeo e Jullietta is een door Ibis gerund automatisch hotel. Tip: boek rechtstreeks bij de receptie via telefoon of e-mail want hotels tellen steevast hun commissie voor booking.com erbij. Parma heeft betaalbare restaurants op overschot: de Trattoria del Tribunale en de Gallo d’Oro scoorden het hoogst. De beste restaurants zitten als naar gewoonte verstopt in de zijstraatjes van de voornaamste toeristische ader. Een GPS maakt het zoeken in de soms goed verborgen steegjes een pak gemakkelijker.

parmaoperabinnen

Parma opera

De opera van Parma is een heerlijk klassieke bonbondoos en draait even klassieke uitvoeringen naar buiten. Het is makkelijk nog een plaatsje te vinden op de avond van de vertoning. Het publiek is veeleisend en meer dan één doekje voor een deftige uitvoering zit er niet in. Doe wel uw schoon kostuum aan.

De Pontormo en Rosso Fiorentino tentoonstelling in Firenze is de verplaatsing vanuit Parma waard. Het Palazzo Strozzi bouwde een overzichtelijke, niet te grote collectie met adembenemend werk van de twee maniëristen op. Niet in woorden te beschrijven, ook niet via de audio-guide die eigenlijk niet veel meer vertelt dan wat er op de bordjes naast de werken staat. Een paar highlights: ‘The Marriage of the Virgin’ (Rosso, 1523) met een piepjonge Jozef, muzikanten, afgewezen minnaars en geheimzinnige, naakte figuren en ‘The Death of Cleopatra’ (Rosso, 1525-27). En dan is er nog het meer dan twee meter hoge ‘Visitation’ van Pontormo (1528-9), het pronkstuk van de tentoonstelling. Zelf nam ik mijn virtuele hoed af bij twee eerste drukken van Vasari’s ‘Vite’, mooi opengeslagen op de levensbeschrijvingen van de twee kunstenaars met een opvallend zorgelijk kijkende Pontormo. Tapijten en schetsen maken de zaak volledig. Tip: koop de catalogus online, dat is goedkoper en bespaart Schlepperei.

Firenze zelf is te mijden, zelfs in het laagseizoen is het een overdrukke stad, oude-stijl Italiaans en bijwijlen gevaarlijk op de smalle trottoirs.

Een laatste ontbijt in Feltrinelli’s boekhandel (Strada Farini) en een kort maar zeer ontspannend bezoek aan de Orto Botanico om de hoek van de Romeo e Jullietta, maakte ons bezoekje helemaal af.

Benodigdheden (niet in volgorde):
– auto, vliegtuig of trein
– vouwfietsje voor ultrasnelle verplaatsing
– GPS voor voetgangers/fietsers
– een fietsvriendelijke stad
– internettoegang ter plekke

Volgende keer: Paris, Antwerpen en Amsterdam met blogs over diverse fotografietentoonstellingen (Henri Cartier-Bresson, Martin Parr, Broomberg & Chanarin, Jeff Wall)

nieuwjaar 2014

nieuwjaar 2014

Dit is de Nederlandstalige versie van het nieuwjaarskaartje 2014. De bovenverdieping staat opnieuw in de verf en na zoveel jaar schaften we ons een nieuwe slaapkamer aan [Manufactum]. We betaalden het laatste restje van onze hypotheek aan de bank. Ondertussen zijn we 35 jaar getrouwd en 40 jaar samen.
Een e-reader heeft dit jaar het papieren boek vervangen en MOOCs hielden me het grootste gedeelte van het jaar goed bezig. Het nixiebuizenklokje dient als toetje. Nieuwjaar 2014!

New Year 2014

We refurbished the first floor and after so many years bought new bedroom furniture [Manufactum]. We finally repaid the bank the last bit of mortgage. In 2013 we were married for 35 years and living together for more than 40.
An e-reader changed my way of reading and MOOCs kept me very busy for most of the time. The VFD Nixie Clock serves as icing on the cake.

Monumentendag: de atelierflat van Jozef Peeters met link naar schoonmoeder

Gisteren trok ik eens naar Antwerpen waar stilaan een paranoïed sfeertje begint te hangen na recente ‘beperkende maatregelen’ tegen cannabisgebruikers door een burgemeester die zijn bekendheid voornamelijk te danken heeft aan een bijzonder populair spelprogramma en een spectaculaire vermageringskuur.

In het vierkamerappartement van Jozef Peeters leefden 4 mensen: hijzelf en zijn – later erg zieke – vrouw en hun twee kinderen. Het hele appartement is een constructivistisch kunstwerk waarbij de muren, meubelen en huisgerief heel precieze en aangepaste vormen en kleuren hebben. Aan de muren hangt eigen werk en dat van anderen (Seuphor, Delahaut). Ze versterken nog eens de abstracte ambiance. Een uitstekende uitleg en artikel met meer details over hoe de atelierflat van Jozef Peeters zelf te bezoeken, is te vinden bij het KMSKA (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen).

Een leuke anecdote achteraf: toen mijn significante andere, die op hetzelfde moment haar bijna 100-jarige moeder bezocht, van Jozef Peeters vertelde, riep die uit: “Ah, de Jos Peeters, da’s familie van mij”. Ze herinnert zich nog een kunstenaar en het hoekappartement. Merkwaardig toch dat Jozef Peeters een neef van de moeder van mijn schoonmoeder was.

Downloadbare beelden (hoge resolutie):

Il barbiere di Siviglia: Rossini par excellence

Lang geleden dat we zo gelachen hebben! Rossini’s ‘Il Barbiere di Siviglia‘ (1816) is alom bekend en daarom kijken rechtgeaarde operaliefhebbers er misschien wat op neer. Zelf twijfelden we even wegens ontieglijk laat op het seizoen en het prachtige weer.

Om het maar meteen duidelijk te maken: probeer een ticket te pakken te krijgen! ‘De Barbier van Sevilla‘ draait nog zeker tot eind 2013 in Aken.

De opera is in scène gezet als een Spaanse ‘Telenovela‘, een soort ‘Thuis’ maar dan eindig (maximum 120 episodes). Het genre is wereldwijd zo populair dat het sociale gebeurtenissen kan veroorzaken door de (soms verborgen) socio-culturele boodschappen in de verhaallijn.

‘Blue key’ toneelknechten, live playback, een zenuwachtige regisseur die omhooggevallen acteurs moet paaien en mislukte opnames pareert, bloopers, geniale vondsten inclusief een adembenemend decor – vooral in de tweede akte – en een perfect gedoseerd koor en orkest, houden de aandacht voortdurend gaande. De grappen duren net lang genoeg om niet te vervelen en spelen zich dikwijls tegelijkertijd af.

Minutenlang applaus van een dolenthousiast publiek en vier keer een open doek. Lachen en (net niet) gieren en brullen – beschaafd en subtiel amusement, dat wel.

Foto’s uit de programmabrochure:

zomer 2013

Tegenwoordig is het een uitstekend idee om met alle mogelijke middelen je privacy te beschermen tijdens het ‘surfen’ doorheen de krochten van het internet maar hoogst zelden glipt er toch publiciteit door en zo kwam het dat ik – aangetrokken door een zelden gezien gebrek aan dt-fouten – inging op een advertentie van de familie Kirst-Kerkhoed uit Friesland teneinde hun appartement te huren op het immer zonnige Tenerife. De omschrijving had het over ‘geen druktemakers’ en ‘rust’ en ‘gelegen vlakbij de Costa del Silencio’. Wat heeft een mens meer nodig om de nu al beruchte ‘zomer’ van 2013 te verslaan?

Vijf jaar geleden zworen we van-ze-leven-lang niet meer te vliegen met Ryanair nadat een bijzonder grof gebekte baliebediende (tevergeefs) probeerde ons te verhinderen op het vliegtuig te stappen wegens 100 gr. teveel bagage. Helaas, AirBerlin en Germanwings bleken drie keer zo duur en na verschillende sprongen door eindeloze Ryanairhoepels, rolden er twee retours Charleroi-Tenerife uit de printer voor net iets meer dan 200 €.

Toch betrouwde ik de zaak niet helemaal en ja hoor, Ryanairs tactiek om de prijs van een ticket meer dan te verdubbelen bestaat erin om met behulp van een kartonnen doos te testen of je zorgvuldig gepakte ‘cabin bag’ net niet een ietsie pietsie te groot is. Het gaf tegelijk een gênant en onbehaaglijk gevoel om de keurig geklede en leuk uitziende dames van Ryanair – duidelijk tegen hun goesting – de wachtende rij vlieggasten te zien lastigvallen met hun half versleten kartonnen attributen. Maar goed, zonder absurde toeslag landden we heelhuids middenin het toeristisch centrum van het Canarische eiland.

Het appartement van de Noord-Nederlandse familie lag net onder de route van in grote getale landende jets, een buur had dag en nacht een alarmsysteem in werking dat luide spraak nabootste en het ontbreken van airco zorgde voor broeierige, slapeloze nachten. Na hoog opgelopen spanningen namen we de vlucht naar een nabijgelegen hotel waar voorbijrijdende auto’s ons even efficiënt uit onze slaap hielden.

Dat de hele zaak niet op een complete fiasco uitdraaide was te danken aan de buitenaardse schoonheid van het Parque Nacional del Teide. Op de wandelpaden (en enkel daar!) was er geen enkele toerist te zien en de bijna absolute stilte deed ons de druktemakers en de Costa del ‘Silencio’ vlug vergeten. Zomer 2013? [holle lach …]

Los Abrigos, Tenerife

Los Abrigos: vissersdorp vlakbij Reina Sofia Airport, Tenerife

el Teide, Tenerife

Tenerife: deel van een buitenaardse wandeling aan de el Teide vulkaan.

To MOOC or not to MOOC?

Verschrikkelijk, hoe een mens op zijn/haar eentje kan gaan zitten en ogenschijnlijk de hele wereld vergeet om helemaal geabsorbeerd te geraken in een virtuele omgeving van ‘expertise’ in zowat gelijk welk onderwerp dat de moeite waard is om te bestuderen. MOOCs doen precies dat.

Vorig jaar (2012) begon het pas goed de pan uit te swingen: cursussen via het internet met duizenden en duizenden deelnemers uit elk continent, meestal vakkundig in elkaar gestoken door Amerikaanse en Europese universiteiten. Geldgebrek, krimpende budgetten, wijzigende organisaties en een alsmaar ruwere buitenwereld maken MOOCs dé gedroomde gelegenheid voor de nieuwsgierig zoekende mens. Het kost niks en er is voor elk wat wils: geschiedenis (een vak dat vroeger in veel scholen op het leerprogramma stond), academisch schrijven (ja hoor, erg leuk), ITC, wiskunde, filosofie enzovoort enzovoort. Het kan niet op. In maart 2013 had Coursera, de meest bedrijvige MOOC-aanbieder, 325 cursussen online.

Afstandsonderwijs kwam ik zo een 30 jaar geleden voor het eerst tegen in de UK via Open University. Ik spoorde toen richting Brussel, naar de British Council, om met de samenstellers te praten. Die verzekerden me dat Engels geen probleem zou zijn, maar het leek me toen toch te moeilijk en zo rolde ik begin jaren 90 in Open Universiteit dat vanuit Heerlen (NL) en Diepenbeek (B) opereerde met uitstekend lesmateriaal en aartsmoeilijke examens. Mijn toenmalige Mac ging zelfs (bijna) de deur uit omdat ik elke avond een paar uur zat te blokken. Prijzig was het wel: geëxtrapoleerd zo een 2 tot 3 € per blokuur maar dat mocht de pret niet drukken. Later bracht die wijsheid dubbel-en-dik op.

Een paar tips voor wie er aan een MOOC begint: laat u niet ontmoedigen door het bedroevend lage peil van de ‘peer reviews': de grootste hoop studenten haakt na een week al af wegens te moeilijk en de goede studenten – waaronder uzelf natuurlijk – komen na een tijdje automatisch bovendrijven. Voorts, laat discussiegroepen voor wat ze zijn, in de duizenden berichten zitten er hoop-en-al een paar die de moeite zijn. En hou deadlines voor huiswerk bij, het hele spel draait erop. Het tijdsverschil met de US speelt daarbij in het voordeel van Europeanen. Maar vooral: doe mee!

MOOCs will get you through times of no money, better than money will get you through times of no MOOCs. (vrij naar Gilbert Sheltons’s The Fabulous Furry Freak Brothers)

nieuwjaar 2013

 

het nieuwjaarskaartje van 2013

het nieuwjaarskaartje van 2013

Nieuwjaar 2013. Na een uitgebreide zoektocht vonden we voor Hilde een deftige, akoestische piano; de koffiekwaliteit bereikte eenzame hoogtes na de verzekerde aanvoer van Ethiopische koffie via Simon-Lévelt en de aanschaf van een semi-professionele maler; er kwam een nieuwe hobby bij (vulpennen). En eindelijk hebben we een echte advocaat in de familie. Dat belooft.

New Year 2013. After an extensive search we bought a decent, acoustic piano for Hilde. Coffee quality soared, thanks to a guaranteed supply of Ethiopian coffee from Simon Lévelt and the purchase of a semi-professional  grinder. I found a new hobby (fountain pens). And finally, we have a real lawyer in the family. Promising.