• slide-1
  • slide-2
  • slide-3
  • slide-4
  • slide-5
  • slide-6
  • slide-7
  • slide-8
  • slide-9
  • slide-10
  • slide-11
  • slide-12
  • slide-13
  • slide-14
  • slide-15

‘Modern reizen’ en fotografie in Parijs, Antwerpen en Amsterdam

Ondertussen is mijn schoenendoos met schrijfsels en knipsels over Parijs al goed gevuld. Tijd voor een selectie ‘Modern reizen’ en fotografie in Parijs, uitgebreid met Antwerpen en Amsterdam.

Het gebruiksgemak van het Thalys online ticketsysteem verbetert er niet op maar het blijft mogelijk om voor 58 € per persoon op-en-af te sporen. ‘s Donderdags reizen werkt blijkbaar het best en is gelijk voor veel musea de rustigste dag. Voor de rest kwam een gratis kaartje van Parijs van pas.

Het Centre Pompidou was goed voor Henri Cartier-Bresson, icoon van de fotografie en aanstoker van Magnum, het fotografenbureau waar elk rechtgeaard fotograaf alleen maar bewondering voor kan hebben. Hoogstens vijf minuten aanschuiven en net niet te veel volk maakt een bezoek aan de omvangrijke tentoonstelling (500+ foto’s) wat draaglijker. Invloeden van in het begin van de fotografie, perfecte composities, dan een surrealistische periode vervolgens politiek geëngageerd [revolutionair en Communist], WO II krijgsgevangene – ontsnapt na 3 jaar – om via fotoreportages [en films] over de hele wereld in een soort cyclus terug te komen tot beschouwende, occasionele beelden en zelfs potloodtekeningen.

De tentoonstelling is gedetailleerd maar tegelijk voldoende overzichtelijk en bevat zowat alle ‘must-see’ beelden. Het valt telkens weer op hoe – zonder dat veel fotografen het geeneens zelf wisten – de onderwerpen en manier van fotograferen veranderden onder invloed van de tijdsgeest. Kijk zelf, eentje van HCB naast eentje van ‘yours truly’ uit 1972:


Iets wat ik nog niet direct ontdekt had: het Pompidou heeft een ruime, vrij toegankelijke bibliotheek. ‘Vrij’ als in ‘gratis’ en dat maakt dat op een normale dag het al gauw meer dan een uur aanschuiven is om binnen te geraken. Niet getreurd: 60-plussers lopen zo door naar de boeken via de uitgang op de mezzanine achteraan in de grote inkomhal van het CP.

Een beetje verder – in la maison européenne de la photographie – heeft Martin Parr iets aangericht met Parijs zelf. Ogenschijnlijk kost het niet veel moeite om boeiende onderwerpen te fotograferen in zo een grote stad. Toch stak Parr er twee jaar werk in en het resultaat is er naar.

Parr is een sarcast maar op een uiterst intelligente manier. Elke foto genereert een kleine, vrolijke aha-erlebnis. Het voorbeeld hieronder zegt alles.

Paris plage Martin Parr 2012

Paris plage Martin Parr 2012

De hoogst originele catalogus dient tegelijk als luxe metroplan, hij is een stuk goedkoper bij Amazon, net als de HCB catalogus.

Even later in het FoMu, Antwerpen was het meteen raak: Adam Broomberg en Oliver Chanarin zijn twee kleppers die nauwelijks nog foto’s maken maar ze gebruiken in een concept. Hun blasfemische ‘Holy Bible’ is een meesterstuk. Op het eerste gezicht is het verschietachtig een bijbel op tafel te zien liggen, maar eenmaal opengeslagen is de combinatie van rood onderstreepte tekst en beelden uit ‘The Archive of Modern Conflict‘ genoeg om een soort klik te veroorzaken om het (ingewikkeld) verband te begrijpen – zo ongeveer toch.

Een ander werk bestaat uit een rol fotopapier, uitgerold, vervolgens 20 seconden lang belicht en terug in de doos gestoken in een woestijn in Irak waar het duo als ‘embedded journalists’ werkte.

Of de geschiedenis van de fotografietechniek om iets als racisme aan te duiden. Statements te over.


Het nieuwe Stedelijk in Amsterdam lijkt op de onderkant van een gigantische rondvaartboot. Het heeft een fraaie collectie representatieve stukken uit de moderne kunst, goed gedocumenteerd en met niet te veel van het goede. Voorts presenteert het museum een verdienstelijke afdeling design. Definitief voordeel: fotograferen is toegelaten alhoewel er soms mensen zijn die onbeheerst tientallen foto’s nemen, meestal met hun mobiel en daarbij vergeten het geluid af te zetten. Het was alweer een donderdag met weinig volk ondanks onheilspellende berichten over lang aanschuiven. Misschien had het stralende weer er iets mee te maken want iedereen had postgevat op het immense Museumplein.

Van Jeff Wall zijn monumentale reclamebakken had ik ‘The Invisible Man’ al gezien. Toen hing het werk in een kleinere en donkerdere ruimte en dat leek meer indrukwekkend. De andere werken in het Stedelijk waren zoniet nog vreemder door de levensgrote afdrukken, op speciale film en fotopapier (dia, LightJet en zw/w gelatine zilverdruk) – heel realistisch en haarscherp tot in de hoeken. Sommige zijn tot in de details geënsceneerd, andere zijn dan weer helemaal toevallig ontstaan.

Later meer over het Stedelijk, er was daar van alles te doen …

Modern reizen: Parma en Parijs

kaas van 33 maanden oud

Parmakaas > 33 maanden oud

Cultuur- en budgetreizigers, plantrekkers en individualisten, techneuten en cyberfreaks kunnen tegenwoordig op een heel andere manier reizen dan pakweg dertig jaar geleden. Het internet is alom tegenwoordig, vliegtuig- en treintickets zijn voor iedereen betaalbaar en zowat alle Europese steden zijn zonder hindernissen met elkaar verbonden met brede en goed onderhouden autostrades of hoge snelheidstreinen. Een combinatie van al die infrastructuur en eigen hi-techmateriaal (zie onderaan bij ‘benodigdheden’) maken een nieuwe manier van reizen mogelijk. Twee voorbeelden: Parma (hesp, kaas en opera) en Parijs (musea, fotografie, bibliotheken en kerkhoven).

De laatste keer dat we in Italië waren, was het voor een ballonvaart over de ‘creti’ in Toscane om de vijftigste verjaardag te vieren van mijn SA (Significante Andere). De Italianen waren toen nog hun gewone zelve: luidruchtig, arrogant en altijd bereid om te sjoemelen om maar te zwijgen van hun moorddadig rijgedrag. Nu ja, een zeker dedain voor de rest van de wereld mag wel, tenslotte hebben ze de Renaissance en de pasta uitgevonden.

Toch lijkt het erop dat de financiële crisis zowat de helft van de bevolking anders heeft doen denken. Vriendelijke obers, behulpzame museumsuppoosten, automobilisten die voorrang geven aan fietsers wisselen elkaar nu af met norse verkopers, een kaartjesknipper die prompt vijf euro ‘boete’ in zijn zak steekt en frenetieke meth-heads die met verschrikkelijk luide ‘muziek’ rustig zitten op een pleintje onmogelijk maken. Het is altijd wat.

Parma ligt op 11 uur rijden van hier volgens de GPS maar het duurde tot halverwege de terugreis eer het ons daagde dat de berekende route helemaal fout was. Tip voor routeplanning: gebruik een routeprogramma op een PC en noteer de route op een blad papier! Google Earth of Maps (OSX) stellen verschillende routes voor terwijl een GPS in de auto er maar één kent en volgt. Nu in zowat elke auto de GPS (en niet de SA) het voor het zeggen heeft, volgt een horde toeristen dezelfde weg. Naar Noord-Italië rijden is het mooist en snelst via Metz, Nancy, Basel, Luzern en Milaan en niet via Saarbrücken of Straatsburg zoals elke GPS aanwijst.

toegang parking Parma

toegang parking Parma

Parma is een overzichtelijk stadje doormidden gesneden door een rivier met langs de rechteroever het station, de opera, markt en winkelstraten, scholen en musea. Aan de andere kant een mooi open park, plaatselijke winkels en verderop buitenwijken en het kerkhof.

Romeo e Jullietta is een door Ibis gerund automatisch hotel. Tip: boek rechtstreeks bij de receptie via telefoon of e-mail want hotels tellen steevast hun commissie voor booking.com erbij. Parma heeft betaalbare restaurants op overschot: de Trattoria del Tribunale en de Gallo d’Oro scoorden het hoogst. De beste restaurants zitten als naar gewoonte verstopt in de zijstraatjes van de voornaamste toeristische ader. Een GPS maakt het zoeken in de soms goed verborgen steegjes een pak gemakkelijker.

parmaoperabinnen

Parma opera

De opera van Parma is een heerlijk klassieke bonbondoos en draait even klassieke uitvoeringen naar buiten. Het is makkelijk nog een plaatsje te vinden op de avond van de vertoning. Het publiek is veeleisend en meer dan één doekje voor een deftige uitvoering zit er niet in. Doe wel uw schoon kostuum aan.

De Pontormo en Rosso Fiorentino tentoonstelling in Firenze is de verplaatsing vanuit Parma waard. Het Palazzo Strozzi bouwde een overzichtelijke, niet te grote collectie met adembenemend werk van de twee maniëristen op. Niet in woorden te beschrijven, ook niet via de audio-guide die eigenlijk niet veel meer vertelt dan wat er op de bordjes naast de werken staat. Een paar highlights: ‘The Marriage of the Virgin’ (Rosso, 1523) met een piepjonge Jozef, muzikanten, afgewezen minnaars en geheimzinnige, naakte figuren en ‘The Death of Cleopatra’ (Rosso, 1525-27). En dan is er nog het meer dan twee meter hoge ‘Visitation’ van Pontormo (1528-9), het pronkstuk van de tentoonstelling. Zelf nam ik mijn virtuele hoed af bij twee eerste drukken van Vasari’s ‘Vite’, mooi opengeslagen op de levensbeschrijvingen van de twee kunstenaars met een opvallend zorgelijk kijkende Pontormo. Tapijten en schetsen maken de zaak volledig. Tip: koop de catalogus online, dat is goedkoper en bespaart Schlepperei.

Firenze zelf is te mijden, zelfs in het laagseizoen is het een overdrukke stad, oude-stijl Italiaans en bijwijlen gevaarlijk op de smalle trottoirs.

Een laatste ontbijt in Feltrinelli’s boekhandel (Strada Farini) en een kort maar zeer ontspannend bezoek aan de Orto Botanico om de hoek van de Romeo e Jullietta, maakte ons bezoekje helemaal af.

Benodigdheden (niet in volgorde):
- auto, vliegtuig of trein
- vouwfietsje voor ultrasnelle verplaatsing
- GPS voor voetgangers/fietsers
- een fietsvriendelijke stad
- internettoegang ter plekke

Volgende keer: Paris, Antwerpen en Amsterdam met blogs over diverse fotografietentoonstellingen (Henri Cartier-Bresson, Martin Parr, Broomberg & Chanarin, Jeff Wall)

nieuwjaar 2014

nieuwjaar 2014

Dit is de Nederlandstalige versie van het nieuwjaarskaartje 2014. De bovenverdieping staat opnieuw in de verf en na zoveel jaar schaften we ons een nieuwe slaapkamer aan [Manufactum]. We betaalden het laatste restje van onze hypotheek aan de bank. Ondertussen zijn we 35 jaar getrouwd en 40 jaar samen.
Een e-reader heeft dit jaar het papieren boek vervangen en MOOCs hielden me het grootste gedeelte van het jaar goed bezig. Het nixiebuizenklokje dient als toetje. Nieuwjaar 2014!

New Year 2014

We refurbished the first floor and after so many years bought new bedroom furniture [Manufactum]. We finally repaid the bank the last bit of mortgage. In 2013 we were married for 35 years and living together for more than 40.
An e-reader changed my way of reading and MOOCs kept me very busy for most of the time. The VFD Nixie Clock serves as icing on the cake.

Monumentendag: de atelierflat van Jozef Peeters met link naar schoonmoeder

Gisteren trok ik eens naar Antwerpen waar stilaan een paranoïed sfeertje begint te hangen na recente ‘beperkende maatregelen’ tegen cannabisgebruikers door een burgemeester die zijn bekendheid voornamelijk te danken heeft aan een bijzonder populair spelprogramma en een spectaculaire vermageringskuur.

In het vierkamerappartement van Jozef Peeters leefden 4 mensen: hijzelf en zijn – later erg zieke – vrouw en hun twee kinderen. Het hele appartement is een constructivistisch kunstwerk waarbij de muren, meubelen en huisgerief heel precieze en aangepaste vormen en kleuren hebben. Aan de muren hangt eigen werk en dat van anderen (Seuphor, Delahaut). Ze versterken nog eens de abstracte ambiance. Een uitstekende uitleg en artikel met meer details over hoe de atelierflat van Jozef Peeters zelf te bezoeken, is te vinden bij het KMSKA (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen).

Een leuke anecdote achteraf: toen mijn significante andere, die op hetzelfde moment haar bijna 100-jarige moeder bezocht, van Jozef Peeters vertelde, riep die uit: “Ah, de Jos Peeters, da’s familie van mij”. Ze herinnert zich nog een kunstenaar en het hoekappartement. Merkwaardig toch dat Jozef Peeters een neef van de moeder van mijn schoonmoeder was.

Downloadbare beelden (hoge resolutie):

Il barbiere di Siviglia: Rossini par excellence

Lang geleden dat we zo gelachen hebben! Rossini’s ‘Il Barbiere di Siviglia‘ (1816) is alom bekend en daarom kijken rechtgeaarde operaliefhebbers er misschien wat op neer. Zelf twijfelden we even wegens ontieglijk laat op het seizoen en het prachtige weer.

Om het maar meteen duidelijk te maken: probeer een ticket te pakken te krijgen! ‘De Barbier van Sevilla‘ draait nog zeker tot eind 2013 in Aken.

De opera is in scène gezet als een Spaanse ‘Telenovela‘, een soort ‘Thuis’ maar dan eindig (maximum 120 episodes). Het genre is wereldwijd zo populair dat het sociale gebeurtenissen kan veroorzaken door de (soms verborgen) socio-culturele boodschappen in de verhaallijn.

‘Blue key’ toneelknechten, live playback, een zenuwachtige regisseur die omhooggevallen acteurs moet paaien en mislukte opnames pareert, bloopers, geniale vondsten inclusief een adembenemend decor – vooral in de tweede akte – en een perfect gedoseerd koor en orkest, houden de aandacht voortdurend gaande. De grappen duren net lang genoeg om niet te vervelen en spelen zich dikwijls tegelijkertijd af.

Minutenlang applaus van een dolenthousiast publiek en vier keer een open doek. Lachen en (net niet) gieren en brullen – beschaafd en subtiel amusement, dat wel.

Foto’s uit de programmabrochure:

zomer 2013

Tegenwoordig is het een uitstekend idee om met alle mogelijke middelen je privacy te beschermen tijdens het ‘surfen’ doorheen de krochten van het internet maar hoogst zelden glipt er toch publiciteit door en zo kwam het dat ik – aangetrokken door een zelden gezien gebrek aan dt-fouten – inging op een advertentie van de familie Kirst-Kerkhoed uit Friesland teneinde hun appartement te huren op het immer zonnige Tenerife. De omschrijving had het over ‘geen druktemakers’ en ‘rust’ en ‘gelegen vlakbij de Costa del Silencio’. Wat heeft een mens meer nodig om de nu al beruchte ‘zomer’ van 2013 te verslaan?

Vijf jaar geleden zworen we van-ze-leven-lang niet meer te vliegen met Ryanair nadat een bijzonder grof gebekte baliebediende (tevergeefs) probeerde ons te verhinderen op het vliegtuig te stappen wegens 100 gr. teveel bagage. Helaas, AirBerlin en Germanwings bleken drie keer zo duur en na verschillende sprongen door eindeloze Ryanairhoepels, rolden er twee retours Charleroi-Tenerife uit de printer voor net iets meer dan 200 €.

Toch betrouwde ik de zaak niet helemaal en ja hoor, Ryanairs tactiek om de prijs van een ticket meer dan te verdubbelen bestaat erin om met behulp van een kartonnen doos te testen of je zorgvuldig gepakte ‘cabin bag’ net niet een ietsie pietsie te groot is. Het gaf tegelijk een gênant en onbehaaglijk gevoel om de keurig geklede en leuk uitziende dames van Ryanair – duidelijk tegen hun goesting – de wachtende rij vlieggasten te zien lastigvallen met hun half versleten kartonnen attributen. Maar goed, zonder absurde toeslag landden we heelhuids middenin het toeristisch centrum van het Canarische eiland.

Het appartement van de Noord-Nederlandse familie lag net onder de route van in grote getale landende jets, een buur had dag en nacht een alarmsysteem in werking dat luide spraak nabootste en het ontbreken van airco zorgde voor broeierige, slapeloze nachten. Na hoog opgelopen spanningen namen we de vlucht naar een nabijgelegen hotel waar voorbijrijdende auto’s ons even efficiënt uit onze slaap hielden.

Dat de hele zaak niet op een complete fiasco uitdraaide was te danken aan de buitenaardse schoonheid van het Parque Nacional del Teide. Op de wandelpaden (en enkel daar!) was er geen enkele toerist te zien en de bijna absolute stilte deed ons de druktemakers en de Costa del ‘Silencio’ vlug vergeten. Zomer 2013? [holle lach ...]

Los Abrigos, Tenerife

Los Abrigos: vissersdorp vlakbij Reina Sofia Airport, Tenerife

el Teide, Tenerife

Tenerife: deel van een buitenaardse wandeling aan de el Teide vulkaan.

To MOOC or not to MOOC?

Verschrikkelijk, hoe een mens op zijn/haar eentje kan gaan zitten en ogenschijnlijk de hele wereld vergeet om helemaal geabsorbeerd te geraken in een virtuele omgeving van ‘expertise’ in zowat gelijk welk onderwerp dat de moeite waard is om te bestuderen. MOOCs doen precies dat.

Vorig jaar (2012) begon het pas goed de pan uit te swingen: cursussen via het internet met duizenden en duizenden deelnemers uit elk continent, meestal vakkundig in elkaar gestoken door Amerikaanse en Europese universiteiten. Geldgebrek, krimpende budgetten, wijzigende organisaties en een alsmaar ruwere buitenwereld maken MOOCs dé gedroomde gelegenheid voor de nieuwsgierig zoekende mens. Het kost niks en er is voor elk wat wils: geschiedenis (een vak dat vroeger in veel scholen op het leerprogramma stond), academisch schrijven (ja hoor, erg leuk), ITC, wiskunde, filosofie enzovoort enzovoort. Het kan niet op. In maart 2013 had Coursera, de meest bedrijvige MOOC-aanbieder, 325 cursussen online.

Afstandsonderwijs kwam ik zo een 30 jaar geleden voor het eerst tegen in de UK via Open University. Ik spoorde toen richting Brussel, naar de British Council, om met de samenstellers te praten. Die verzekerden me dat Engels geen probleem zou zijn, maar het leek me toen toch te moeilijk en zo rolde ik begin jaren 90 in Open Universiteit dat vanuit Heerlen (NL) en Diepenbeek (B) opereerde met uitstekend lesmateriaal en aartsmoeilijke examens. Mijn toenmalige Mac ging zelfs (bijna) de deur uit omdat ik elke avond een paar uur zat te blokken. Prijzig was het wel: geëxtrapoleerd zo een 2 tot 3 € per blokuur maar dat mocht de pret niet drukken. Later bracht die wijsheid dubbel-en-dik op.

Een paar tips voor wie er aan een MOOC begint: laat u niet ontmoedigen door het bedroevend lage peil van de ‘peer reviews’: de grootste hoop studenten haakt na een week al af wegens te moeilijk en de goede studenten – waaronder uzelf natuurlijk – komen na een tijdje automatisch bovendrijven. Voorts, laat discussiegroepen voor wat ze zijn, in de duizenden berichten zitten er hoop-en-al een paar die de moeite zijn. En hou deadlines voor huiswerk bij, het hele spel draait erop. Het tijdsverschil met de US speelt daarbij in het voordeel van Europeanen. Maar vooral: doe mee!

MOOCs will get you through times of no money, better than money will get you through times of no MOOCs. (vrij naar Gilbert Sheltons’s The Fabulous Furry Freak Brothers)

nieuwjaar 2013

 

het nieuwjaarskaartje van 2013

het nieuwjaarskaartje van 2013

Nieuwjaar 2013. Na een uitgebreide zoektocht vonden we voor Hilde een deftige, akoestische piano; de koffiekwaliteit bereikte eenzame hoogtes na de verzekerde aanvoer van Ethiopische koffie via Simon-Lévelt en de aanschaf van een semi-professionele maler; er kwam een nieuwe hobby bij (vulpennen). En eindelijk hebben we een echte advocaat in de familie. Dat belooft.

New Year 2013. After an extensive search we bought a decent, acoustic piano for Hilde. Coffee quality soared, thanks to a guaranteed supply of Ethiopian coffee from Simon Lévelt and the purchase of a semi-professional  grinder. I found a new hobby (fountain pens). And finally, we have a real lawyer in the family. Promising.

IKEA revisited: now meet the Globe Mk II

Toen vrienden van ons in de jaren 80 van vorige eeuw gingen samenwonen hadden ze van die meubeltjes waar we pal van achterover vielen: buismeubelen als ‘remakes’ van Bauhaus-ontwerpen, tapijtjes met een hip ontwerp en alledaagse gebruiksvoorwerpen die vagelijk leken op beroemde design. Dat de hele zaak dan nog weinig geld kostte door een uitgekiend systeem van zelfbediening en slimme verpakking, deed ons gelijk overstag gaan. Van doe-het-zelf knutselaars tot chique huishoudens, zowat iedereen heeft wel iets van IKEA in huis.

Zelf heb ik een haat-liefdeverhouding met de geel-blauwe meubelgigant. De legale namaak van iconische design waar IKEA-ontwerpers zich te pas en te onpas aan bezondigen, is overduidelijk en gemakkelijk aan te wijzen. Bovendien werkt de wereldwijde verspreiding van hun winkels uiterst verschralend: op de duur verschilt de inrichting van een appartement in Moskou niet wezenlijk van een in Rio de Janeiro. Ook wekt hun dwingende manier van consumeren steevast ergernis op. Verkapte namaak, eenheidsworst, kinderarbeid, nazisympathieën en belastingontduiking, zo klinkt het tegenwoordig.

Weetjes:

  • Het topmanagement – 5 leden met o.a. oprichter Ingvar Kamprad – runt een non-profitorganisatie die praktisch alle IKEA-winkels controleert. Non-profit jawel, u hoort het goed.
  • IKEA – weliswaar Zweeds van oorsprong – is nu een Nederlands bedrijf en dat komt goed uit voor de belastingen.

Tips van een ervaren consument:

  • Bespaar tijd en ambetantigheid door op voorhand een boodschappenlijstje te maken. Hou u aan het lijstje. Alhoewel, dat is makkelijker gezegd dan gedaan.
  • Pik – eenmaal ter plekke – een grondplannetje op en probeer te schatten in welke afdeling je producten vermoedelijk liggen.
  • De verkorte routes op het plannetje zijn in de winkel zelf nauwelijks of niet aangeduid. Enig ruimtelijk inzicht kan enerverend rondlopen in cirkels vermijden.
  • Gebruik de terminals en zoek op artikelnummer (zie ook boodschappenlijstje).
  • Kies je spullen zo dat alles draagbaar blijft zonder de overdreven dure IKEA draagtasjes.
  • Ga voor het duurste ontwerp, de spotgoedkope producten zijn meestal van bedenkelijke kwaliteit.

And now for something completely different. Starend naar de ondertussen niet meer geproduceerde GLOBAL bureaulamp daagde de idee de lamp zodanig te verbouwen dat de handige, in alle richtingen verstelbare arm bruikbaar bleef en het verbruik, middels een LED, vermindert tot een bijna verwaarloosbare 4,5 W. De beschrijving van de ombouw is in het Engels omdat ik die oorspronkelijk wou zien verschijnen op de IKEA-hackers site. Kennelijk vond de moderator het maar een gevaarlijke bedoening en is het er nooit van gekomen. Het lampje werkt na de ombouw op een volkomen ongevaarlijke spanning van 12 V.

 

It’s a real pity IKEA has discontinued its iconic Global desk lamp. They must have sold millions of these but, with LED lighting on the rise, this was bound to happen.

So, one day, staring at the Global while waiting for inspiration, there it was: a Global Mk II with an energy conserving LED spot and with the same adjustable arms.

It looks difficult but – trust me – it’s quite simple (and safe). No claims accepted, of course:

1. Disconnect the lamp from the mains and remove the PL-bulb. Say that again: remove from mains before doing anything else.

2. Dismantle the lampshade from the arm (3 screws) and pull out the wires from the switch and socket. Remove the wire from the arm.

3. Take apart the plastic connecting rod. File away 16 x 3 mm of plastic in the middle of the underside of the rod and drill two holes, 6 mm apart, with a 2 mm drill in the middle of the filed away space.

4. Widen the hole at the end of the rod to 5 mm to accommodate a small power switch.

5. Remove the low power connector of a 12 V electronic power supply and feed the wire through the holes in the arm.

6. Mount the switch and push the two pins of an MR16 LED spot through the two 2 mm holes. Fix with some putty or glue.

7. Solder the power supply wires to pins and switch.

Photokina 2012: veel nieuws en weinig nieuws …

De tweejaarlijkse Photokina-hoogmis van de fotografie was ook dit jaar weer verplichte kost voor heel wat professionele en liefhebbers-fotografen.

Een paar observaties: van het analoge tijdperk blijft nu zo goed als niets over. Agfa is compleet verdwenen en Kodak is gereduceerd tot een paar pathetische standjes met wat pellicule (lichtgevoelige plastieken film op een rolletje) en automatische fotoprinters voor grootwarenhuizen.

In zekere zin houdt de jeugdige overmoed van de lomografen de restanten van de oude fotografiereus nog recht. Het Lomo-fototoestelletje is het enige toestel ter wereld – op een paar verdwaalde Leica’s na – dat nog ouderwetse film gebruikt. Het Lomo-fabriekje dat voor de gelegenheid was ingericht, toont – ontroerend eenvoudig – het gigantisch succes van het simpele en van oorsprong Russische, plastieken dingetje.

Het soort van tegendraadse guerrilla-tactiek van Lomo werkte blijkbaar aanstekelijk op de uitvinders van de Lytro. Die smokkelden zonder veel ruchtbaarheid een 20-tal toestelletjes de Kölnmesse binnen. Ze hadden zich strategisch in een donker hoekje vlakbij de reusachtige standen van Sony opgesteld. Het effect was dat er plots overal geheimzinnige vierkante buisjes verschenen tussen het dominant fotografisch geweld van Sony. De Lytro is een innovatief, relatief goedkoop fototoestelletje dat in staat is – na het nemen van de foto! – vrijelijk het punt te kiezen waar de foto scherp moet zijn.

Buiten de allesoverheersende, koele zakelijkheid van het hele gebeuren, waren er wel een paar kleine accentverschuivingen: er is eindelijk een grotere keuze aan kwaliteitsfotopapier (MOAB, Hahnemühle, Canson, Epson …). Epson is heer-en-meester met afdrukken van fabuleuze grootte én kwaliteit. Er duiken ook meer en meer bedrijven op die afdrukken produceren, ook voor de doordeweekse fotograaf.

De Chinezen waren met minder volk dit jaar maar ze troepten niet meer samen in hun veel te kleine standjes van vroeger. Nu stonden ze met hun vriendelijke lach tussen de Europese standhouders.

Nog een trend: de ‘full frame’ camera’s zijn in volle opmars. Dat betekent dat iedereen die haar of zijn lenzen van vroeger heeft bijgehouden, ze nu eindelijk gaat kunnen gebruiken op het formaat waar ze voor bedoeld zijn: 36×24 mm. Langs de andere kant verschijnen er alsmaar meer piepkleine toestellen met een bijna evenwaardige kwaliteit als DSLR’s. Een mooi voorbeeld is Sony’s RX100 waarmee de foto’s hieronder gemaakt zijn.